Het been. (2007)

Het was in Noorwegen al begonnen.
Tijdens het rijden in onze kampeerauto steunde ik mijn rechterbeen tegen een randje in de middenconsole. Daar kreeg ik na 1000 km een pijnlijke plek. Christina vond uit dat als je een pakje tissues over dat randje vastgeplakte, ik mijn been er zonder pijnt tegen kon steunen, en zo pijn voorkwam.
De vakantie voltrok zich zo mooi en zo aangenaam als men zich van Noorwegen maar kan denken. Geen regen. Zelfs niet in Bergen.
Mijn rechterbeen, waarmee ik eigenlijk ook geen gas gaf, omdat ik veel op de cruisecontrole reed, werd dikker.
Aanvankelijk nauwelijks zichtbaar. Toen ging de sok strak ging zitten en werd het been pijnlijk. Als ik liep.
Liggen of zitten was geen probleem. Zelfs gewoon staan ging normaal. dik been
Er was eigenlijk niets aan dat been te zien. Alleen anderhalf maal zo dik.
Niet gewoon. Maar ik stak mijn kop in het zand en het genieten ging gewoon door.
Wel nam Ik me voor mij bij thuiskomst meteen bij het ziekenhuis te melden .

Aldaar bij de eerste hulp aangekomen werd ik opgevangen door een vriendelijk oudere zuster. Zij stelde zich voor als Anneke. Verder was er helemaal niemand.
Wat is er aan de hand meneer ?
Niets zei ik, het is mijn been. Ja, zei ze, dat zie ik.
Gaat U maar even op de bank zitten, en de broek uit graag.
Na vijf minuten verscheen er een jongeman in een dokters outfit. Volgens de Amerikaanse mode de stetoscoop losjes over de schouder. Hij schudde me hartelijk de hand. Ik zei dat ik een collega was, en dat ik een probleem had. Ik vertelde van het geleidelijke ontstaan van het dikke, maar onpijnlijke been tijdens de reis.
Ik zal eens even met de internist overleggen zei hij en schudde me nog eens hartelijk de hand.
Na nog eens vijf minuten kwam hij terug. Hij stak zijn hand al uit, maar ik hield de mijne op mijn rug. Ja, zei hij aarzelend, de internist weet het niet. Als U geen pijn hebt gaat U morgen maar naar Uw huisdokter. Maar zei ik, wat moet ik NU doen. Op zijn minst zou toch, bijvoorbeeld, een trombose uitgesloten moeten worden. Dat vond hij eigenlijk ook. Ik zal het nog even overleggen.
Hij was snel terug. We zullen U wat bloed afnemen om te bekijken of we met trombose of iets anders te maken hebben. Een goed idee van de internist, zei ik.
Het laboratorium.onderzoek nam een half uurtje in beslag. Intussen had de vriendelijke verpleegster Anneke me uitgelegd dat deze dokter een ANIO (Arts-Niet-In-Opleiding) was die wachtte op een opleidingsplaats en nu wat assisteerde op de eerste hulp. Zij aaide ook es over mijn dikke been en zei dat zij niet dacht dat het een trombose was. Dan is de huid gespannen zei ze, en er is ook pijn in rust. Ik denk het ook niet zuster (dit was echt iemand om zuster tegen te zeggen). Maar wat dan wel ?
Hebt U soms belang bij een kopje koffie ? ( Dat is Gronings, dacht ik)
De ANIO kwam terug en ik kon niet voorkomen dat hij me weer de hand schudde.
We hebben de bloeduitslagen gezien en er is niets abnormaals. U hebt geen trombose en ook geen ontsteking. U mag naar huis, en hij stak zijn hand alweer uit.
Maar wat vindt U dan eigenlijk van mijn been vroeg ik hem. Ook normaal ?
Wij kunnen hier niets voor U doen, zei hij wegkijkend. Wat denkt U van een orthopeed, vroeg ik ? Zou die misschien weten wat dit is ? ANIO reageerde nu voorzichtig geirriteerd. Ik zal een afspraak voor U maken. Na tien minuten kwam hij weer opdraven en zei dat hij een afspraak met de orthopeed had geregeld, over twee en een halve maand. Hij gaf me een Ingevuld afspraak kaartje.
Nu greep zuster Anneke in.
Ik zal wel even voor U bellen. Binnen twee minuten kwam ze terug en had een afspraak gemaakt voor de volgende ochtend. Er had iemand afgezegd, zei de secretaresse.
De ANIO keek verbaasd en wilde net met een klamme handdruk afscheid nemen toen Anneke hem vroeg wat hij van een steunkous vond.
Hebben we die hier dan ? Jazeker; ik zal ze even halen. Ze hielp met het aantrekken . Dat was meteen een heel aangenaam gevoel. Dank u zuster, dank U hartelijk.
ANIO was al verdwenen.
En ik, strompelend ging ik naar de taxi.
De volgende ochtend werd ik goed nagekeken door de collega orthopeed. Hij was zeer verbaasd over de dikte en de pijnloosheid van het been. Ik heb zoiets nog nooit gezien zei hij. Eerst op de rug, en toen op de buik liggend (ik) onderzocht hij me nauwkeurig,
Ik vind eigenlijk alleen maar een blauwe verkleuring op de voetzool, die wijst op een bloeding hogerop in het been. Gebruikt U misschien antistollings-middelen ?
Jazeker zei ik, in verband met boezemfibrileren. Nou, dan is het raadsel opgelost.
Bespreekt U maar met de cardioloog of het verantwoord is de antistolling tijdelijk te staken.
U hebt een grote bloeding in of tussen de spieren. Vandaar die zwelling.
Eigenlijk was ik opgelucht. Toch had ik ook wel fantasieen gehad over lymphestuwing door een tumor ergens stroomopwaarts.
In de ziekenhuiswinkel kocht ik een bos bloemen voor zuster Anneke. Die ging ik haar brengen. Ik zei tegen haar: wij zijn allebei nog een beetje ouderwets denk ik, maar U weet heel goed wat een patient nodig heeft. Nogmaals dank. Ze bloosde.
Van de cardioloog mocht ik de antistolling staken als ik maar niet naar het buitenland ging.
Na een maand was het been weer zo normaal dat ik gewoon kon lopen.