Kwaliteitsborgingsnorm

aanvaard tijdens de Algemene Ledenvergadering van het NGvA dd 14-11-98

tot stand gekomen met behulp van

 

TNO.gif

INHOUDSOPGAVE (de groene hoofdstukken zijn aanklikbaar)

1. INLEIDING

1.1 DE AANPAK

1.2 KWALITEITSBORGINGSNORM ABORTUSHULPVERLENING

2. BELEID EN ORGANISATIE

2.1 BELEID, DOELSTELLNGEN EN JAARPLANNEN

2.2 WERKTERREIN

2.3 ORGANISATE

2.4 LEIDINGGEVENDE(N) EN MEDEWERKERS

3. TOETSBARE AFSPRAKEN OM HET PROCES TE BEHEERSEN

3.1 ALGEMEEN

3.1.1 Tijdsduur

3.1.2 Werkplanning

3.1.3 Voorlichtingsmateriaal

3.1.4 Bejegening

3.1.5 Informatie-overdracht

3.1.6 Privacy

3.1.7 Vervoer

3.1.8 Financiële vergoeding

3.1.9 Veiligheid, hygiëne en milieu

3.2 Aanmelding en verwijzing

3.2.1 Het verkrijgen van een aanmelding

3.2.2 Het verkrijgen van een verwijzing

3.2.3 Beleid bij Minderjarige clientes (< 16 jaar)

3.2.4 Aanmelden in de kliniek

3.2.5 Doorverwijzen

3.2.6 Informatie aan de cliënt voorafgaand aan de behandeling.

3.3 DE DAG VAN DE BEHANDELING

3.3.1 Ontvangst

3.3.2 Intake

3.3.3 Medische anamnese en diagnostiek

3.3.4 Voorbereiden van de behandeling en zorg

3.3.5 Behandeling en zorg

3.3.6 Protocollen

3.3. 7 Multidisciplinaire samenwerking

3.3.8 Pijnbestrijding

3.3.9 Geneesmiddelen

3.3.10 Wetenschappelijk onderzoek

3.3.11 Opslag en bewaren van het curettement

3.4 ONTSLAG

3.5 STERILISEREN

3.6 VASTLEGGING EN ARCHIVERING VAN GEGEVENS

4. RUIMTEN, MIDDELEN EN MATERIALEN

4.1 Algemeen

4.2 REINIGEN EN DESINFECTEREN VAN RUIMTEN

4.2.1 Onderzoeksruimte(n), gespreksruimten, wachtruimte, sanitaire ruimten, verpleegafdeling c.q. rustkamer en personele ruimten

4.2.2 Behandelkamer(s)

4.3 VERWERVING cq AANSCAF VAN MIDDELEN EN MATERIALEN

4.4 ONTVANGST, OPSLAG EN UITGIFTE

4.5 ONDERHOUD EN REPARATIE

5. KENNIS EN VAARDIGHEDEN

6. BORGING VAN HET KWALITEITSSYSTEEM

6. I DOCUMENTATIEBEHEERSING

6.2 KWALITEITSTOETSING C.Q. EVALUATE

6.3 MAATREGELEN TER VERBETERING

7. VERWIJZINGEN

8. VERHELDERING VAN BEGRIPPEN

8.1 UIT DE KWALITEITSZORG

8.2 UIT DE ABORTUSHULPVERLENING

1. INLEIDING

Voor zwangerschapsafbreking zijn vrouwen in Nederland voornamelijk aangewezen op abortusklinieken. In die klinieken wordt tot de abortushulpverlening ook gerekend de voorlichting over anticonceptie.

Er zijn klinieken die zich beperken tot eerste trimester zwangerschappen en klinieken met een tweede trimester vergunning waar ook verder gevorderde zwangerschappen worden afgebroken. Sommige klinieken hebben daarnaast spreekuren voor sexuele problematiek of behandelafdelingen voor vasectomie, KI en IVF.

De organisatie van het proces van abortushulpverlening vereist afspraken tussen de verschillende hulpverleners en andere betrokkenen. Deze afspraken betreffen bijvoorbeeld hoe een intakegesprek plaatsvindt of hoe en door wie de bedden worden opgemaakt.

Als er geen duidelijke afspraken bestaan, kan dat aanleiding geven tot tot wrijvingen binnen het team van behandelaars en fouten bij het werk. Vermoedelijk zal door het maken van

duidelijke afspraken de kwaliteit van de zorg verbeteren. Handelingen en opdrachten liggen vast en zullen waarschijnlijk zorgvuldiger uitgevoerd worden omdat duidelijk is wie waarvoor verantwoording draagt.

Het rapport van april 1997 van de Inspectie voor de Gezondheidszorg getiteld "De WAZ in de praktijk" heeft duidelijk gemaakt dat de overheid belang hecht aan de ontwikkeling van kwaliteitsprojecten binnen het kader van de Kwaliteitswet Zorginstelling

De abortusklinieken menen dat zij zich, mede gelet op de voorschriften van deze "kwaliteitswet" hieraan niet kunnen onttrekken.

Om de toetsbaarheid (het kunnen vergelijken van de eigen procedure met een aanvaarde standaard) te bereiken, heeft Stimezo Nederland aan TNO Preventie en Gezondheid verzocht een kwaliteitsborgingsnorm voor de abortushulpverlening te ontwikkelen.

In deze norm, die daarop door vertegenwoordigers van het meerendeel van de abortusklinieken onder leiding van medewerkers van TNO tot stand is gebracht, staat beschreven welke organisatie nodig is om een goede abortushulpverlening te kunnen garanderen. Deze norm is bedoeld als een aanvulling op bestaande voorschriften, regels en protocollen en richt zich uitsluitend op de organisatie van de hulpverlening.

[terug naar inhoud]

1.1 De aanpak

In het algemeen geldt dat voor acceptatie van een norm door behandelaars en medewerkers aan een drietal voorwaarden voldaan moet zijn: duidelijkheid, toepasbaarheid en redelijkheid van de eisen die in de norm gesteld worden. Om ook bij de ontwikkeling van een norm voor abortushulpverlening aan deze voorwaarden te kunnen voldoen, is een beroep gedaan op de behandelaars en de medewerkers die dagelijks betrokken zijn bij de abortushulpverlening.

Alleen zij kennen het proces en zijn bekend met de mogelijkheden binnen de klinieken.

Bij het ontwikkelen van de norm zijn drie fasen te onderscheiden.

In de ontwikkelingsfase is een conceptnormtekst opgesteld op basis van analyse van het hulpverleningsproces in de Bourgognekliniek te Maastricht. Aan deze analyse hebben een verpleegkundige, een arts, een administratief medewerker en de directeur van deze kliniek meegewerkt.

In de daarop volgende toetsingsfase is deze conceptnorm nader uitgewerkt door deze te vergelijken met de procedures in een aantal andere klinieken.

Het voornaamste doel van de toetsingsfase was het verkrijgen van inzicht in de essentie van het totale hulpverleningsproces.

In de validatiefase is de getoetste conceptnorm door TNO voorgelegd aan belanghebbenden uit de gezondheidszorg en door hen van commentaar voorzien. TNO heeft niet meegedeeld welke "belanghebbenden" dit zijn geweest.

[terug naar inhoud]

1.2 Kwaliteitsborgingsnorm Abortushulpverlening

De kwaliteitsborgingsnorm abortushulpverlening bevat aanwijzingen die gelden voor de organisatie van de abortushulpverlening. Men neemt aan dat het hanteren van deze norm kan leiden tot betere hulpverlening, of wellicht het behoud van de huidige kwaliteit van hulpverlening bij mindere inspanning. Daarnaast kan standaardisering ertoe bijdragen dat de handelwijze van de verschillende klinieken beter op elkaar wordt afgestemd

De directie, de hulpverleners en andere medewerkers zijn verantwoordelijk voor naleving van de afspraken die gemaakt worden om aan de eisen in de norm te voldoen. De kwaliteitsborgingsnorm is op verschillende wijzen te gebruiken. De norm kan gehanteerd worden als checklist om te inventariseren in hoeverre aan de gestelde organisatorische voorwaarden wordt voldaan . Ten tweede kan de norm gehanteerd worden als instrument voor in- of externe toetsing en ten derde als basis voor het benoemen van (proces)indicatoren. Beroepsinhoudelijke (bijvoorbeeld door visitatie) en organisatorische toetsingssystemen zijn min of meer aanvullend. De (wetenschappelijke) verenigingen (NGvA. e.d.) stellen eisen aan de professionele beroepsuitoefening, terwijl een norm gericht op de organisatie van de abortushulpverlening eisen zou kunnen stellen aan de organisatie waarin deze professionals werkzaam zijn. De norm abortushulpverlening houdt zich niet bezig met inhoudelijke aspecten zoals behandelingsprotocollen.

[terug naar inhoud]

2. BELEID EN ORGANISATlE

2.1 Beleid, doelstellingen en jaarplannen

De directie c.q. het management van de kliniek legt vast:

• de missie/basisfilosofie. Hierin wordt tenminste aangegeven de reden voor het bestaan, de functies van de organisatie en de visie op het gebied van de abortushulpverlening;

• het beleid en de doelstellingen. Beschreven is op welke wijze het (kwaliteits)beleid ten aanzien van de abortushulpverlening tot stand komt, vastgesteld en geactualiseerd wordt. De doelstellingen zijn haalbaar en meetbaar en worden met regelmaat geëvalueerd en, indien noodzakelijk, aangepast. De directie c.q. het management zorgt ervoor dat de medewerkers op de hoogte zijn van het beleid. De directie c.q. het management is ervoor verantwoordelijk dat de medewerkers het beleid in praktijk brengen. Hoe de uitvoering van het beleid wordt getoetst, is beschreven.

• de jaarplannen. In een jaarplan geeft de directie c.q. het management aan welke activiteiten (aard en omvang) plaatsvinden binnen de periode van één jaar om het beleid in praktijk te brengen. Ten aanzien van de beschikbaarheid van financiële middelen wordt geregeld overleg gepleegd en worden jaarlijkse afspraken gemaakt met de financiers. De directie c.q. het management van de kliniek draagt zorg voor het uitdragen van de missie/basisfilosofie, het beleid, de gestelde doelstellingen en de jaarplannen. Hierbij dient, indien mogelijk, rekening gehouden te worden met het beleid van de externe samenwerkingspartners, instellingen en instanties, zoals bijvoorbeeld de (achterwacht)-ziekenhuizen, de Ziekenfondsraad en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

2.2 Werkterrein

Vastgelegd is welke taken en functies de kliniek heeft.

2.3 Organisatie

Intern

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van zowel het bestuur als de directie zijn vastgelegd. Hierbij is aandacht besteed aan:

• de samenstelling, zittingsduur en wijze van vervanging;

• de besluitvormingsstructuur en -procedure1); de overlegstructuur en verslaglegging.

De formele verhouding tussen de medewerkers van de kliniek is in een organogram omschreven. In dit organogram komen de hiërarchische, functionele en operationele relaties tot uitdrukking.

1)Met een procedure wordt bedoeld een op schrift gestelde weergave van werkwijze, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen medewerkers betreffende routine handelingen.

De bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de kliniek zijn duidelijk omschreven en bij alle medewerkers bekend. Dit kan in de vorm van functie-beschrijvingen geschieden. Hierbij is bijzondere aandacht voor:

• de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de artsen, de verpleegkundigen en alle andere medewerkers;

• de bevoegdheid tot het doen van gespecialiseerde onderzoeken/behandelingen.

De overlegstructuren binnen de kliniek zijn omschreven. De medewerkers van de kliniek nemen actief deel aan overleg op organisatorisch- en vakinhoude-lijk gebied, voorzover dit voor hun functie van belang kan zijn. Van elk structureel overleg wordt een verslag gemaakt dat voor de medewerkers beschikbaar is. Vastgelegd is bij welk regulier overleg binnen de kliniek de onderscheiden medewerkers zijn betrokken.

Extern

De directie c.q. het management van de kliniek heeft vastgelegd op welke wijze contacten worden onderhouden met externe samenwerkingspartners, instellingen en instanties (waaronder ziekenhuizen, Ziekenfondsraad en Inspectie voor de Gezondheidszorg).

[terug naar inhoud]

2.4 Leidinggevende(n) en medewerkers

Afhankelijk van de inhoud van de functie zijn de leidinggevende(n) en de medewerkers van de kliniek gekwalificeerd op grond van opleiding en/of ervaring. De eisen gesteld aan deze kwalificatie zijn omschreven. Bereikbaarheid en vervanging van leidinggevende(n), hulpverleners en /of andere medewerkers zijn geregeld. Hiertoe behoren ook regelingen ten aanzien van avond, nacht, weekend en feestdagen. De leidinggevende(n) geeft de medewerkers van de kliniek aan hoe zij kennis nemen van en in de praktijk omgaan met:

• wettelijke voorschriften;

• regels van de kliniek (waaronder het privacyreglement);

• professionele voorschriften (bijvoorbeeld protocollen);

• de beroepscode en het -profiel.

Er zijn procedures voor:

• de werving en selectie;

• de introductie en het inwerken;

• de evaluatie/beoordeling van het functioneren (attitude);

• het beëindigen van het dienstverband.

Deze procedures zijn van toepassing op en toegankelijk voor alle personen werkzaam bij de kliniek.

[terug naar inhoud]

3. Toetsbare afspraken om het proces te beheersen

3.1 Algemeen

De werkzaamheden/activiteiten tussen de aanmelding van de cliente tot en met haar vertrek zijn beschreven. Weergegeven wordt welke andere activiteiten de kliniek eventueel nog verricht. Beschreven is wat cliënten moeten meenemen naar de kliniek. Afgesproken moet zijn hoe op zorgvuldige wijze wordt omgegaan met de eigendommen van cliënten. De werkwijze en bevoegdheden van de hulpverleners zijn omschreven als een cliënte:

• van het onderzoek /behandeling afziet;

• op eigen initiatief de kliniek verlaat na de behandeling.

3.1.1 Tijdsduur

Er zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de tijd tussen:

• het eerste contact met de cliënt en de afspraak voor de behandeling;

• de geplande en werkelijke aanvangstijd van de behandeling (wachttijd);

• de behandeling en het ontslag.

Vastgelegd is door welke betrokken disciplines, wanneer en op welke wijze de cliënt wordtgeïnformeerd over de wachttijden. Bekend dient te zijn wie, op welke wijze periodiek onderzoek uitvoert om na te gaan of deze afspraken worden nagekomen. Tevens is afgesproken wie op welke wijze overgaat tot het treffen van maatregelen ter verbetering.

3.1.2 Werkplanning

In de dagelijkse werkplanning is het inzetten van medewerkers op de juiste tijd met de juiste werklast beschreven teneinde de gewenste hulpverlening te realiseren.

3.1.3 Voorlichtingsmateriaal

De kliniek draagt er zorg voor dat voorlichtingsmateriaal over de organisatie en werkzaamheden van de kliniek ter beschikking is in diverse talen. De wijze waarop de verwerving, de aanmaak/wijziging, verspreiding en het beheer van voorlichtingsmateriaal plaatsvindt, is vastgelegd. In dit voorlichtingsmateriaal is tenminste aandacht besteed aan:

• gegevens over de kliniek waaronder de bereikbaarheid. De beschikbaarheid van deze gegevens in diverse informatiekanalen (bijvoorbeeld telefoongids, Internet) is geregeld;

• gegevens die de cliënt mee dient te nemen bij het bezoek aan de kliniek (zoals bijvoorbeeld een paspoort, een verzekeringsbewijs of een uittreksel van de Gemeentelijke Basis Administratie);

• het klachtrecht, het inzagerecht van de cliënt en het privacy-reglement van de kliniek.

3.1.4 Bejegening

Vastgelegd is op welke wijze cliënten en begeleiders bejegend worden gedurende het abortushulpverleningsproces. Dit omvat tenminste afspraken over de wijze waarop cliënten zowel persoonlijk, schriftelijk als telefonisch worden benaderd.

3.1.5 Informatie-overdracht

De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden inzake de informatie-overdracht over en aan de cliënt zijn vastgelegd. Vastgelegd is door welke betrokken disciplines, wanneer, waarover en op welke wijze de cliënt en begeleider(s) van de cliënt worden gemformeerd. Aangegeven is tenminste:

• de werkwijze en bevoegdheden bij het verstrekken van informatie;

• de te geven informatie (rekening houdend met de persoonlijke achtergrond);

• welk folder- en voorlichtingsmateriaal wordt gegeven.

Tijdens de informatie-overdracht wordt: de cliënt in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen;

nagegaan of de overgedragen informatie duidelijk is en begrepen is;

nagegaan of de cliënt voldoende in staat is (geweest) om een weloverwogen beslissing te nemen (en of er voldoende tijd is geweest om de informatie te verwerken); nagegaan of de cliënt angstgevoelens heeft; nagegaan of de aan de cliënt overgedragen informatie door de betrokken disciplines op een gelijkluidende wijze plaatsvindt. In afspraken is vastgelegd op welke wijze de informatie-overdracht tussen de medewerkers van de kliniek geregeld is. De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij de informatie-overdracht aan de verwijzers en overige behandelaars zijn beschreven. Hierbij wordt tenminste aandacht besteed aan door wie, op welke wijze (bijvoorbeeld mondeling via een bijeenkomst en/of schriftelijk) en op welk moment (bijvoorbeeld bij ontslag en complicaties) de informatieoverdracht plaatsvindt. Tevens staat vast wat in de overdracht besproken of vermeld wordt. Er zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop specifieke doelgroepen, andere dan cliënten, worden geinformeerd.

De omgang met en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden inzake het informeren van de pers, justitie, Staatstoezicht e.d. zijn omschreven.

[terug naar inhoud]

3.1.6 Privacy

Afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop privacy wordt gewaarborgd.

3.1.7 Vervoer

De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden omtrent het vervoer binnen de kliniek (zoals van de behandelkamer naar de rustkamer) zijn vastgelegd. Hierin is ook aandacht besteed aan wie de cliënt begeleidt; De kliniek adviseert de cliënt over de middelen van vervoer om de kliniek te bereiken en weer naar huis te keren.

3.1.8 Financiële vergoeding

In een procedure is beschreven op welke wijze de financiële vergoeding van de behandeling plaatsvindt. Tevens zijn de werkwijze en bevoegdheden vastgelegd bij cliënten die niet AWBZ-gerechtigd zijn. Hierbij is aandacht besteed aan:

• de wijze waarop wordt bepaald of een cliënt al dan niet AWBZ-gerechtigd is;

• wie, op welke wijze de liquide middelen beheert; de wijze van verslaglegging van ontvangen gelden;

• welke vreemde valuta worden geaccepteerd en welke koersen worden gehanteerd.

3.1.9 Veiligheid, hygiëne en milieu

In de kliniek zijn tenminste voorschriften of instructies aanwezig over:

• steriel werken;

• veiligheid (bijvoorbeeld het dragen van een uniform en bril). Vastgelegd is welke maatregelen genomen worden ter bescherming van de cliënt, alsmede bezoekers en medewerkers van de kliniek bij de diagnostiek en behandeling (tenminste ten aanzien van prikaccidenten en cliënten met een besmettelijke ziekte);

• hygiëne ten behoeve van cliënten en medewerkers;

• afvoer van afval.

De kliniek beschikt over een rampenplan. Hierin is beschreven welke activiteiten worden ondernomen bij bijzondere omstandigheden bijvoorbeeld bij brand en demonstraties. De kliniek beschikt over een systeem van alarmering in geval van nood.

3.2 Aanmelding c.q. verwijzing

3.2.1 Verkrijgen van een verwijzing

Er zijn afspraken gemaakt over de wijze van ondersteuning van een cliënt bij het verkrijgen van een verwijzing voor een zwangerschapsafbreking. Deze verwijzing is niet noodzakelijk in het geval er sprake is van een overtijdbehandeling of een noodsituatie. In deze afspraken wordt aandacht besteed aan:

• het toelichten van de wet- en regelgeving rondom abortus;

• de wensen van de cliënte;

• het beschikbaar hebben van actuele informatie over abortusklinieken en -behandelingen.

3.2.2 Verwijzing

De (bij voorkeur schriftelijke) verwijzing bevat zo mogelijk de volgende gegevens:

- de naam en geboortedatum van de cliënt

- de verwijsdatum;

 

• de zwangerschapsduur;

• -de wensen en mogelijkheden van de cliënt;

• -het -indien noodzakelijk- regelen van een tolk en het reserveren van extra tijd voor het consult;

• -de verblijfsduur in de kliniek;

• -de beschikbaarheid van de betrokken hulpverleners.

3.2.5 Doorverwijzen

De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij het doorverwijzen van cliënten naar andere abortusklinieken of instanties (waaronder de huisarts, de Federatieve Instelling Ongehuwd Moederschap (FIOM) en de gynaecoloog) zijn omschreven. De medewerkers van de kliniek zijn geinformeerd over de werkwijze van de klinieken waarnaar verwezen wordt.

3.2.6 Informatie aan de cliënt voorafgaand aan de behandeling

De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van het vooraf informeren van de cliënt omtrent de gang van zaken bij de behandeling in de kliniek is beschreven. Hierbij is van belang:

• de wijze waarop de informatie-overdracht plaatsvindt (bijvoorbeeld telefonisch, via een gesprek/spreekuur en/of door middel van foldermateriaal);

•- welke gegevens aan de cliënt overgedragen worden, zoals informatie omtrent de wetgeving, de behandeling en de mogelijke risico's en complicaties, het al dan niet nuchter zijn in verband met de anesthesie, de verwachte tijdsduur van de behandeling, telefoonnummer(s) voor vragen/voorlichting over abortus en anticonceptie, het adres waar de cliënt zich moet melden, en folder- en voorlichtingsmateriaal. Tevens is aangegeven dat de cliënt zich op de dag van de behandeling bij voorkeur laat begeleiden.

3.3 Dag van de behandeling

[terug naar inhoud]

3.3.1 Ontvangst

De werkwijze en verantwoordelijkheden bij de ontvangst van de cliënt in de kliniek zijn in een procedure omschreven. Aandacht wordt besteed aan:

• het verifiëren of een afspraak is gemaakt;

• de uit te voeren administratieve handelingen (het invullen van de status waarbij onder andere de naam en geboortedatum van de cliënt, de naam van de verwijzer en de naam van de behandelaar bekend moeten zijn);

• de bejegening van de cliënt;

• de informatieverstrekking over de gang van zaken tijdens het verblijf in de kliniek; de maximale (wacht)tijd tussen aankomst van de cliënt in de kliniek en het eerste contact met een verantwoordelijke hulpverlener;

• het bestaan van contra-indicaties voor de behandeling

Afspraken over de werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij het inschrijven van de cliënt zijn bekend.

In een checklist is beschreven wie welke voorbereidende (administratieve) activiteiten uitvoert. Voor de cliënt is duidelijk bij wie zij met vragen terecht kan (contactpersoon).

3.3.2 Intake

De procedure van het intakegesprek is omschreven. Hierin wordt aandacht besteed aan:

• de werkwijze bij het verstrekken van informatie;

• de te geven informatie aan en de te ontvangen informatie van de cliënt (bijvoorbeeld ten aanzien van de behandeling, duur van de behandeling en de mogelijkheden tot nazorg);

• of de besluitvorming zorgvuldig tot stand is gekomen;

• de wijze van beoordelen of de informatie duidelijk en begrepen is. Bekend moet zijn wie bevoegd en verantwoordelijk is om het intakegesprek te voeren. Wanneer het vermoeden bestaat, dat de cliënt twijfelt over het besluit en zich daarover niet duidelijk uitspreekt of uitspreken kan in aanwezigheid van een begeleidend persoon, wordt zorggedragen voor een gesprek tussen de hulpverlener en de cliënte alleen. De gelegenheid moet bestaan en geboden worden voor een vervolggesprek. De intake dient in een rustige omgeving plaats te vinden, zonder storingen.

3.3.3 Medische anamnese en diagnostiek.

De medische anamnese wordt afgenomen en er vindt diagnostiek plaats. In een protocol is beschreven hoe gehandeld wordt wanneer een abortus niet kan worden uitgevoerd.

3.3.4 Voorbereiden van de behandeling en zorg.

Vastgelegd is welke (adrninistratieve) handelingen bij ontvangst van de cliënt in de behandelkamer worden uitgevoerd. Dit betreft tenminste de identificatie van cliënte en de controle van de cliëntgebonden gegevens en de gegevens nodig voor de behandeling.

De door de verpleegkundige uit te voeren voorbereidende handelingen zijn beschreven (bijvoorbeeld het bepalen van de Rhesusfactor).

Vastgelegd zijn de werkwijze en bevoegdheden ten aanzien van het klaarzetten van benodigde middelen en materialen (apparatuur, middelen, medicatie en instrumentarium). Beschreven zijn de werkwijze en bevoegdheden ten aanzien van het controleren van:

• het functioneren van apparatuur;

• de beschikbaarheid van materialen.

De voorbereidingen van de behandelend arts zijn beschreven. Dit omvat tenminste het wassen en kleden.

Vastgelegd zijn de werkwijze, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en informatie overdracht in verband met het verzorgen van de anesthesie. De voorbereidingen die in het kader van de anesthesie worden uitgevoerd zijn vastgelegd. Hierbij komt tenminste aan de orde:

• het aansluiten van apparatuur;

• het controleren van meetgegevens;

• het inbrengen van infuus- en andere lijnen;

• het klaarzetten van de medicatie;

• de werkwijze bij de gekozen anesthesie-techniek.

[terug naar inhoud]

3.3.5 Behandeling en zorg

Ten behoeve van het uitvoeren van de behandeling en het geven van zorg zijn afspraken gemaakt tussen de behandelend arts en de verpleegkundige over:

• de werkwijze bij het verstrekken en uitvoeren van opdrachten. Opdrachten worden op niet mis te verstane wijze verstrekt en vastgelegd;

• wie, welke controles uitvoert tijdens de behandeling;

•de aanwezigheid en de directe beschikbaarheid van een tweede arts bij een tweede trimester behandeling.

De werkwijze en verantwoordelijkheden rondom de anesthesiologische monitoring en bewaking van de cliënt zijn omschreven. Bekend en vastgelegd is wie de behandeling uitvoert. De behandelend arts geeft, wanneer wordt afgeweken van het daarvoor van toepassing zijnde protocol, de reden daarvoor aan. Beschreven is wie welke werkzaamheden na de behandeling uitvoert. Bekend moet zijn wie welke (visuele) controles tijdens en na de behandeling uitvoert (waaronder observatie en het controleren van het bloedverlies en de baarmoeder). Bekend is op welke wijze controle van het curettement plaatsvindt. Bij visueel gesignaleerde afwijkingen wordt PA-onderzoek uitgevoerd. Tevens worden hiervan de gegevens geregistreerd en de cliënt wordt geïnformeerd.

3.3.6 Protocollen

De kliniek heeft medische en verpleegkundige behandelingsprotocollen beschikbaar. In een

behandelingsprotocol wordt tenminste aandacht besteed aan:

• de verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij de behandeling (wie voert welke ingreep uit);

• de werkwijzen;

• de handelwijze bij complicaties;

• de te gebruiken materialen.

De werkwijze en verantwoordelijkheden met betrekking tot het actualiseren van protocollen zijn vastgelegd. De medewerkers betrokken bij de abortushulpverlening hebben toegang tot de behandelingsprotocollen, nemen hiervan kennis en brengen deze in de praktijk.

[terug naar inhoud]

3.3.7 Multidisciplinaire samenwerking

De samenwerking tussen de verschillende disciplines betrokken bij de behandeling en verdere hulpverlening van de cliënt in de kliniek is beschreven. De voortgang en evaluatie geschiedt in een overleg tussen de arts en de overige betrokken disciplines.Vastgelegd is op welke wijze overleg gevoerd wordt tussen de betrokkenen, wanneer de ingreep anders verloopt dan afgesproken is.

3.3.8 Pijnbestrijding

Afspraken over pijnbestrijding zijn vastgelegd. De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de disciplines die betrokken zijn bij de pijnbestrijding zijn omschreven.

3.3.9 Geneesmiddelen

Beschreven is de werkwijze en bevoegdheden van verschillende medewerkers bij het voorschrijven, verstrekken en toedienen van geneesmiddelen.

In een overzicht is vastgelegd welke geneesmiddelen behoren tot het routinepakket en het noodpakket en welke geneesmiddelen in huis beschikbaar zijn voor bijzondere situaties.

3.3.10 Wetenschappelijk onderzoek

De werkwijze bij de besluitvorming om het curettement aan te bieden voor wetenschappelijk onderzoek is omschreven. Hierin is aandacht besteed aan:

• de wijze waarop de besluitvorming tot deelname aan wetenschappelijk onderzoek tot stand komt bij het management en het bestuur van de kliniek;

• de wijze van informeren c.q. voorlichten van de cliënt door de medewerkers. Van belang hierbij is dat wordt uitgegaan van expliciete en weloverwogen, bur schriftelijke, toestemming van de cliënt (informed consent);

• de werkwijze en bevoegdheden bij het aanbieden van het curettement voor wetenschappelijk onderzoek.

3.3.11 Opslag en het bewaren van het curettement.

De werkwijze en verantwoordelijkheden bij het opslaan van het curettement zijn beschreven. Hierbij is rekening gehouden met vigerende wet- en regelgeving. Tenminste wordt aandacht besteed aan:

• de bewaartermijn na opslag;

• de bewaarcondities;

• het vervoer.

[terug naar inhoud]

3.4 Ontslag

Ten aanzien van de voorbereiding voor ontslag van een cliënt zijn de werkwijze en bevoegdheden van hulpverleners en andere medewerkers beschreven. Hierbij is aangegeven welke hulpverleners en andere medewerkers op welke wijze betrokken zijn bij het ontslag. In een procedure is vastgelegd:

• wanneer een cliënt naar huis mag gaan;

• wie verantwoordelijk is voor de coördinatie van het ontslag;

• de activiteiten die verricht worden zoals de administratieve verwerking van gegevens en het opstellen van een ontslagbrief;

• de werkwijze en de maximale tijd tussen de behandeling en de rapportage. De cliënt is gemformeerd over de gang van zaken bij het ontslag. Hierbij wordt aandacht besteed aan:

• wie, welke informatie op welke wijze verstrekt;

• de werkwijze bij het verstrekken van informatie;

• de (mee) te geven informatie.

Met de verschillende instanties zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop de nacontrole plaatsvindt. In een procedure is vastgelegd op welke wijze de financiële gegevens worden verwerkt. Hierbij is aangegeven hoe verantwoording wordt afgelegd aan de financiers.

3.5 Steriliseren

De activiteiten in het kader van de voorbereiding op het steriliseren van medische hulpmiddelen zijn vastgelegd. Hierbij is tenminste aangegeven:

• de eisen te stellen aan de ruimte;

• voorschriften betreffende kleding en bescherrmende maatregelen tijdens het reinigen van instrumenten en andere medische hulpmiddelen;

• de wijze van reinigen (machinaal of handmatig) en desinfectie.

Ten aanzien van het machinaal reinigen van medische hulpmiddelen is vastgelegd op welke wijze het beladen en ontladen, de bediening, het te gebruiken reinigings- en neutralisatiemiddel, het dagelijks, periodiek en preventief onderhoud van de machine(s) en hoe te handelen bij storingen. Ten aanzien van het onderhoud van het instrumentarium is vastgelegd waarop, wanneer en door wie wordt gecontroleerd. Criteria ten aanzien van de controle van het instrumentarium op basis van beschadiging en functionaliteit dienen beschikbaar en bekend te zijn. Ten aanzien van het inpakken van en los te verpakken instrumentarium en netten is aandacht besteed aan:

• de inhoud en wijze van inrichten van de netten (of setjes)

• de werkwijze bij het verpakken;

• de te gebruiken verpakkingsmaterialen;

• de identifcatie van de netten (of setjes) en los verpakte instrumenten.

Ten aanzien van het sterilisatieproces is vastgelegd:

• het voorbereiden c.q. het gebruiksklaar maken van autoclaven (sterilisatoren);

• de bediening en de proceskeuze;

• de werkwijze bij het beladen en ontladen van de autoclaven;

• de wijze van vrijgeven voor gebruik van gesteriliseerde produkten;

• de criteria voor goedkeuring en registratie;

• het vaststellen van de vervaldatum;

• de identificatie van gesteriliseerde produkten;

• de opslag van gesteriliseerde produkten;

• het dagelijks en preventief onderhoud en validatie van autoclaven;

• de wijze van handelen bij storingen;

• het bijhouden van een logboek.

Vastgelegd zijn de werkwijze en verantwoordelijkheden rondom het afvoeren van afval en textiel, het schoonmaken en desinfecteren van gebruikte middelen (tenminste textiel) en materialen.

[terug naar inhoud]

3.6 Vastlegging en archivering van gegevens

Beschreven is op welke wijze gegevens van de cliënt worden vastgelegd. Deze gegevens zijn in overzichtelijke vorm beschikbaar op momenten van evaluatie en bijstelling van de behandeling. Er is een procedure opgesteld omtrent het vastleggen van gegevens, waarin tenminste aangegeven wordt welke gegevens waar, wanneer en door wie worden vastgelegd en wie deze mag inzien. Hierbij wordt uitgegaan van vigerende wetgeving. Beschreven is op welke wijze de rapportage aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg geregeld is. De archivering geschiedt volgens een procedure waarin staat:

• de plaats waar de verschillende gegevens bewaard worden;

• de bewaartermijn van de verschillende gegevens;

• de wijze van opslag of vernietiging bij het overschrijden van de bewaartermijn;

• de opslagcondities;

• wie de gearchiveerde gegevens mag inzien.

[terug naar inhoud]

4. Ruimten, middelen en materialen

4.1 Algemeen

Met betrekking tot de beschikbare ruimten wordt gesteld dat deze een zodanige ligging, constructie, omvang, inrichting en uitrusting hebben dat aan de doeleinden van de abortushulpverlening kan worden voldaan. De kliniek dient makkelijk toegankelijk te zijn voor cliënten, ook voor hen met een fysieke handicap. Welke middelen en materialen de kliniek beschikbaar heeft c.q. in de verschillende ruimten van de kliniek (tenminste rustkamer, behandelkamer, sterilisatieruimten, toiletten en wasgelegenheid) aanwezig zijn, is vastgelegd in een overzicht. Vastgelegd zijn de werkwijze en bevoegdheden in het traject van het aanvragen van geneesmiddelen tot en met de opslag en uitgifte daarvan. Bedieningsinstructies voor apparatuur zijn beschikbaar. In de bedieningsinstructies wordt tenminste aandacht besteed aan hoe men veilig omgaat met apparatuur. In een (nood)procedure is de werkwijze beschreven bij storingen. Tevens wordt vermeld welke medewerkers bevoegd zijn bij storingen handelend op te treden. Waar van toepassing, zijn voorzieningen voor het beheersen van de omgevingscondities (verwarming, verlichting, airco e.d.) getroffen.

4.2 Reinigen en desinfecteren van ruimten

4.2.1 De werkwijze ten aanzien van het reinigen en desinfecteren van de onderzoeksruimte(n), gespreksruimten, wachtruimte, sanitaire ruimten, verpleegafdeling c.q. rustkamer en personele ruimten, is in een procedure vastgelegd.

4.2.2 Behandelkamer(s)

De werkwijze ten aanzien van het reinigen en desinfecteren van de behandelkamer(s) is in een procedure vastgelegd. Beschreven zijn zowel het reinigen en desinfecteren tussen de behandelingen als aan het einde van een behandeling. Hierin wordt tenminste aandacht besteed aan:

• beschermende maatregelen en kledingvoorschriften;

• de werkwijze en de volgorde van de werkzaamheden;

• te gebruiken schoonmaak- en desinfectiemiddelen;

• een voorschrift betreffende de dosering van het schoonmaak- en desinfectiemiddel;

• de toxiciteit van produkten;

• de wijze van afvoer van afval en textiel.

[terug naar inhoud]

4.3 Verwerving

Het anschaffen van middelen en materialen geschiedt volgens een procedure, waarin de werkwijze en bevoegdheden van de betrokken medewerkers zijn omschreven. Vastgelegd is de samenstelling van het assortiment dienstkleding en het huishoudtextiel. De kliniek heeft dienstkleding in voorraad. Beschreven is op welke wijze leveranciers worden geselecteerd en periodiek beoordeeld. Een lijst van gekwalificeerde leveranciers is beschikbaar. De prestaties van de leveranciers blijken uit een periodieke registratie. In de (inkoop)documenten zijn de gegevens van de te leveren middelen en materialen op eenduidige wijze omschreven.

4.4 Ontvangst, opslag en uitgifte

Bij ontvangst van middelen en materialen wordt vastgesteld of zij voldoen aan de vooraf gestelde eisen. Dit kan bijvoorbeeld geschieden door middel van een ingangscontrole. De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de ontvangst, de opslag en uitgifte van middelen en materialen zijn omschreven. De werkwijze ten aanzien van het verzamelen van vuil textiel en de ontvangst van schoon textiel zijn vastgelegd. Hierbij is tenminste aandacht besteed aan:

• de afleverlocatie;

• de wijze waarop uitgangs- en ingangscontrole plaatsvindt.

Vastgelegd is op welke wijze (nog) niet gekeurde, goedgekeurde en afgekeurde middelen en materialen van elkaar te onderscheiden zijn en op welke wijze, conform wettelijke richtlijnen, steriele en niet-steriele materialen zijn opgeslagen. Beschreven is welke eisen worden gesteld aan de opslagomstandigheden en op welke wijze deze omstandigheden worden beheerst en bewaakt. Er zijn maatregelen genomen ter voorkoming van beschadiging en/of teruggang van de kwaliteit van middelen en materialen.

4.5 Onderhoud en reparatie

De bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van de keuringen en het onderhoud van apparatuur zijn omschreven. Het aanvragen van keuringen en onderhoud is in een procedure geregeld. Voor daarvoor in aanmerking komende apparatuur wordt een logboek bijgehouden waarin de keuringen en het onderhoud wordt geregistreerd. Voor onderhoud dienen schema's te zijn opgesteld. Tevens dienen controlelijsten voor onderhoud beschikbaar te zijn. Voor het uitvoeren van reparaties zijn instructies opgesteld. Het vrijgeven na reparatie, kalibratie of onderhoud voorafgaand aan de ingebruikname, is omschreven.

[terug naar inhoud]

5. Kennis en vaardigheden

Afspraken omtrent het bevorderen en handhaven van kennis en vaardigheden van de medewerkers van de kliniek zijn vastgelegd in een plan. Dit plan is volgens een procedure tot stand gekomen en wordt periodiek bijgesteld. Onderdelen van dit plan zijn: wie welke opleidingen en na- en bijscholingen gaat volgen;

• op welke wijze overdracht van specifieke vakkennis plaatsvindt;

• op welke wijze vakliteratuur wordt bijgehouden;

• wie welke congressen, studiedagen en/of symposia zal bezoeken en op welke wijze de overdracht van opgedane kennis plaatsvindt. Er zijn afspraken gemaakt wie het plan wanneer opstelt en bijstelt. In een overzicht zijn de kennis, vaardigheden en ervaring van leidinggevende(n) en medewerkers met gespecialiseerde onderzoeks- en behandelingsmethoden vastgelegd. De kliniek beschikt over de noodzakelijke vakliteratuur, relevante boeken en naslagwerken.

[terug naar inhoud]

6. Borging van het kwaliteitssysteem

6.1 Documentatiebeheersing

De kliniek geeft aan op welke wijze afspraken in documenten worden vastgelegd. Bekend is wie op welke wijze deze documenten opstelt, vaststelt en beheert. Onder documenten worden verstaan de verslagen van afspraken, procedures en protocollen. Het begeer van documenten houdt in:

• dat bekend is welke documenten geldig zijn;

• dat afspraken over het opstellen c.q. bijhouden van documenten en afspraken over de

bevoegdheid tot het doorvoeren van wijzigingen in documenten gemaakt zijn;

• dat afspraken gemaakt zijn over welke documenten op welke plaatsen aanwezig c.q. beschikbaar zijn;

• dat bekend is op welke wijze niet-actuele documenten worden verwijderd.

6 2 Kwaliteitstoetsing c.q. evaluatie.

Regelmatig wordt beoordeeld of gewerkt wordt volgens de afspraken (kwaliteitstoetsing). Een dergelijke beoordeling vindt plaats door (procesgerichte) interne en/of externe kwaliteitstoetsing. De werkwijze, verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij de kwaliteitstoetsing zijn omschreven. Hierbij is tenminste aangegeven:

• aan de hand van welke criteria de toetsing wordt uitgevoerd;

• wie c.q. welke instantie de beoordeling uitvoert;

• de eventuele inbreng van medewerkers en cliënten;

• welke onderdelen van de abortushulpverlening worden beoordeeld;

• op welke wijze de informatie-overdracht over (de gang van zaken rond) de kwaliteitstoetsing en over de terugkoppeling van de resultaten plaatsvindt. Nagegaan wordt op welke wijze het kwaliteitssysteem van de kliniek kan worden afgestemd op het systeem van de externe samenwerkingspartners, instellingen en instanties, als dat wenselijk en mogelijk is. Indien uit beoordelingen, metingen en/of klachten blijkt dat de (organisatie van de) abortushulpverlening niet volgens overeengekomen afspraken verloopt, dienen maatregelen ter verbetering getroffen te worden. Bekend is wie verantwoordelijk is voor het nemen van deze maatregelen.

6.3 Maatregelen ter verbetering

De kliniek beschikt over een procedure waarin het onderzoeken van tekortkomingen in de dienstverlening alsmede het treffen van maatregelen ter verbetering zijn beschreven. In deze procedure zijn ook afspraken vastgelegd over de registratie, de behandeling en de afhandeling van klachten

[terug naar inhoud] * * * * *

VERWIJZINGEN:

• Kwaliteitswet Zorginstellingen. Stb. 80. 's-Gravenhage, 1996.

• NEN-ISO 8402, Kwaliteit. Termen en definities. Nederlands Normalisatie Instituut. Delft, 1989.

• NEN-ISO 9000, Kwaliteitszorg en normen voor kwaliteitsborging. Richtlijnen voor de keuze en toepassing. Nederlands Normalisatie Instituut. Delft, 1994.

• NEN-ISO 9001, Kwaliteitssystemen. Model voor de kwaliteitsborging bij het ontwerpen/ontwikkelen, het vervaardigen, het installeren en de nazorg. Nederlands Normalisatie Instituut. Delft, 1994.

• Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ). Stb. 422. 's-Gravenhage, 1992.

• Wet Milieubeheer, besluit aanwijzing Gevaarlijke afvalstoffen. Stb 617. 's-Gravenhage, 1993

• Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG). Stb. 655. 's-Gravenhage, 1993.

• Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Stb. 837, 838. 's-Gravenhage, 1994.

• Wet Klachtrecht cliënten zorginstellingen. Stb. 293. 's-Gravenhage, 1996.

• Wet Persoonsregistratie. Stb. 480. 's-Gravenhage, 1989.

[terug naar inhoud]

8. DEFINITIES VAN BEGRIPPEN

8.1 Uit de Kwaliteitszorg

• Accreditatie: de erkenning van het kwaliteitssysteem in de instelling of dienst/afdeling gebaseerd op vooraf geaccepteerde normen.

• Kwaliteit: het geheel van eigenschappen en kenmerken van een produkt of dienst, dat van

belang is voor het voldoen aan gestelde eisen of vanzelfsprekende behoeften

(NEN-ISO 9000).

• Kwaliteitsbeheersing: de operationele technieken en activiteiten die worden toegepast om te bewerkstelligen dat aan kwaliteitseisen wordt voldaan (NEN-ISO 9000).

• Kwaliteitsbeleid: de doelstellingen van een organisatie ten aanzien van kwaliteit, alsmede de wegen en de middelen die leiden tot de verwezenlijking van deze doelstellingen, zoals deze formeel tot uitdrukking komen in een verklaring van het besturend orgaan (afgeleid van de NEN-ISO 9000).

• Kwaliteitsborging: het geheel van alle geplande en systematische acties nodig om in voldoende mate te garanderen dat een produkt of dienst voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen (NEN-ISO 9000).

• Kwaliteitsevaluatie: een systematisch en onafhankelijk onderzoek om te bepalen of kwaliteitsactiviteiten en de resultaten hiervan overeenkomen met vastgelegde regelingen en of deze laatste doeltreffend ten uitvoer zijn gebracht, alsmede geschikt zijn voor het bereiken van doelstellingen. In de literatuur wordt dit begrip ook wel in de Engelse taal gebruikt: Quality Audit (NEN-ISO 8402).

• Kwaliteitshandboek: schriftelijke weergave van het kwaliteitsplan: de voorgenomen specifieke maatregelen, voorzieningen en volgorde van activiteiten met betrekking tot kwaliteit, van toepassing op een bepaald product, dienst, contract of project

(NEN-ISO 8402).

• Kwaliteitssysteem: de organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, procedures, processen en voorzieningen voor het ten uitvoer brengen van kwaliteitszorg (NEN-ISO 9000).

• Kwaliteitszorg: het aspect van de totale managementfunctie dat bepalend is voor het vaststellen en ten uitvoer brengen van kwaliteitsbeleid (NEN-ISO 9000).

• Procedure: op schrift gestelde weergave van werkwijze, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen medewerkers betreffende routinehandelingen.

Uit de abortushulpverlening

• Abortushulpverlening: hulpverleningsproces waarbij integraal aandacht is voor psychosociale en medische aspecten van het (al dan niet) afbreken van een ongewenste zwangerschap. Deze hulpverlening vindt plaats in een instelling 1) die een vergunning heeft van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, zoals in de Wet Afbreking Zwangerschappen staat vermeld.

• Behandelprotocol: beschrijving van de uit te voeren diagnostiek, therapie (behandeling) en zorg bij cliënten die een bepaald ziektebeeld hebben of die een bepaalde ingreep moeten ondergaan.

• (Hoofd)behandelaar: de arts die (eind)verantwoordelijk is voor de behandeling en begeleiding van een cliënt.

• Functionele relatie: een functionele relatie bestaat tussen een afdeling of persoon met een bepaalde specialistische kennis en medewerkers die in uitvoerende zin betrokken zijn bij de dienstverlening. De afdeling of persoon met bepaalde specialistische kennis geeft vanuit haar deskundigheid dwingende aanwijzingen c.q. adviezen ten aanzien van de uitvoering.

• Hiërarchische relatie: een hiërarchische relatie komt voor tussen leidinggevende(n) en medewerkers. Dit type relaties binnen een kliniek is eenvoudig af te leiden door de verticale lijnen in het organisatieschema te volgen.

• Medebehandelaar: de arts die, op verzoek van de hoofdbehandelaar, bij de behandeling van een cliënt wordt betrokken.

•Operationele relatie: een operationele relatie komt voor in de vorm van de projectleider of coördinator die in het kader van zijn project aan medewerkers die niet onder zijn hiërarchische leiding vallen operationele werkopdrachten kan geven.

• Status/dossier: een systematische verzameling van medische, paramedische, administratieve en sociale gegevens op naam van een cliënt, teneinde informatie te kunnen verstrekken ten behoeve van behandeling, onderzoek en onderwijs.

1)In het kader van deze norm dient voor 'instelling', 'abortuskliniek' gelezen te worden.

[terug naar inhoud]

NGvA bewerking van het TNO rapport Castricum, 14-9-1998

Verantwoording

Het door STIMEZO geïnitieerde projekt kwaliteitszorg werd door de Inspectie Volksgezondheid van groot belang geacht voor de abortushulpverlening. Dit leidde tot - aanvankelijk enthousiaste - deelneming van medewerkers van 15 van de 18 klinieken aan het projekt .

De door STIMEZO aan TNO verleende opdracht om te komen tot een "kwaliteits borgings systeem" vroeg een aanzienlijk offer, niet alleen financieel, maar ook aan tijd van de vertegenwoordigers van de deelnemende klinieken. Deelneming bleek geen onverdeeld genoegen vooral door de gewichtigdoenerij van de TNO- leiding van de besprekingen. Cryptisch taalgebruik geeft de onwetende een schijn van scherpzinnigheid. Dit uitte zich onder meer in het gebruik van onzinnige parasociologische nieuwspraak, veel gebakken lucht, "managersjargon" en een wellustig gebruik van modewoorden als implementatie, afstemming, ontwikkelingstraject, borgingssysteem, etc.

"Afstemming binnen Stimezo Nederland leidt tot snellere implementatie van de resultaten van geslaagde projecten in andere klinieken en vanuit dat beleid... (welk beleid, de afstemming? -what ever that may be- of is snellere implementatie van resultaten een beleid ?) zijn nieuwe projecten onstaan ." "Beroepsinhoudelijke en organisatorische toetsingssystemen zijn min of meer aanvullend." "De taken kennen in de onderscheiden klinieken andere zwaartepunten"

TNO verdedigde zich vaag door te melden dat: "de abstractie in de formulering is toegenomen". Zeker 8 uur ging verloren ( 1600 gulden per zitting alleen al voor de begeleidsters) door het onvermogen van TNO iets correct op schrift te stellen. Vooral Florian Willems en Helen de Vink hebben zich onvermoeibare taalpuristen getoond, zodat de formulering uiteindelijk correct en begrijpelijk werd. De laatste "officiele" versie is hier vrijwel volledig gevolgd.

NGvA bewerking van het TNO rapport

Castricum, 14-9-1998

[terug naar top pagina] [inhoud handboek]