-1-

10 februari 2005

Voorwoord.

 

 

Een combinatie van factoren deed me besluiten dit voorjaar terug te gaan naar YangShuo.

Ik had in 2002 met Christina, mijn vrouw, en een groepje aardige buren een standaard rondreis door China gemaakt , grote muur, Beijing, Xian, een trip op de Yangzhe, diverse "minderheden"en uiteindelijk Hongkong. We verbleven toen ook twee dagen in YangShuo. Dat is te kort voor dit unieke stuk China. Wie doorleest komt er achter waarom.  Gelijktijdig wilde ik wat doen om mijn kennis van het Chinees te verbeteren.

Zoekend op Internet kwam ik de talenschool van Odar OMEIDA (= Europa-Amerika- universiteit) tegen, die engelse lessen organiseert voor Chinezen. Die moeten daarvoor behoorlijk dokken, maar krijgen dan ook les van echte blanke Engels-sprekenden.

Daar is gebrek aan, en iedereen die dan ook meent daar les te kunnen geven, kan zich aanmelden. Door mijn periodieke werkzaamheden in verschillende Londense klinieken meende ik gekwalificeerd te zijn om aan een dergelijk teachingprogram deel te nemen. Na wat heen en weer ge-e-mail bleek ik welkom.

 

omeidaOMEIDA COLLEGE

YANGSHUO

 

De vlucht van Londen naar Hongkong in een overvolle 747 is geen pretje. De nacht is kort en een aantal Chinese dames heeft besloten de hele nacht gezellig te converseren. Hartverscheurend huilende baby's zijn er ook. Eenmaal in Hongkong aangekomen moet ik de weg vinden naar Shenzhen. Dit is de eerste stad net over de grens met de volksrepubliek. Waarom die grens nog steeds gehandhaafd blijft is duidelijk. Veel Chinezen willen liever in Hongkong wonen. Als men het overvolle Hongkong leefbaar wil houden, moeten die bij de grens worden tegengehouden .Na een busrit door de stad en een trip met een voornamelijk boven de grond rijdende ondergrondse kom ik bij dat grensstation aan. Mij is daar een oponthoud van tenminste drie uur voorspeld. Van rijen wachtenden is echter geen sprake en ik kan meteen naar een loket stappen om mijn visum te laten zien en afstempelen. De beambte is onverwacht allervriendelijkst en bewonderde mijn nieuwe, speciaal in den Haag opgehaalde visum en mijn paspoort dat mijn foto als watermerk heeft. Hij meldt terloops dat een visum bij hem 20 euro kost, en......... hoeveel had ik er in "HAIYA" dan wel voor betaald ? Stamelend beken ik dat ik 80 euro heb betaald, maar, dat ik dan ook niet hoefde te wachten. Nou, bij hem hoef ik toch ook niet te wachten? Hij grijnst en wenst me een goede reis. Dat is goed voor mijn matige humeur.

 De taxfree shop aan de grens verschilt eigenlijk niet van die in bijvoorbeeld Barcelona en blijft dus, hoe opmerkelijk ook, toch onbesproken. Bij de uitgang vindt een mevrouw dat ik er vermoeid uitzie en wil perseL mijn koffer voor mij dragen. Ik laat mij die niet uit de hand trekken, want je weet maar nooit...... Ze houdt echter aan, gul lachend, zodat ik haar dan maar vraag mij naar het busstation te brengen waar de sleeperbus naar Yangshuo moet zijn. Uit een internetbeschrijving wist ik al dat ik een trap op moet over het spoorwegstation heen. De mevrouw vindt van niet en wil absoluut door een onduidelijk, wat obscuur, tunneltje. Ik vermoed dat daar haar trawanten wachten, die de oude tourist wel es even zullen uitschudden. Dat levert nog bijna een soort worsteling op.

Maar voor een beroving is het ook daar in feite te druk. Bovendien weet zij het eLcht beter, want die sleeperbus gaat weg bij een klein apart busstation, een heel eind van het enorme busstation waar wel honderd bussen wachten. Ik geef haar als dank 10 yuan. Geen idee of dat veel is, maar ik durf eigenlijk niet minder te geven. EeLn yuan is ongeveer 10 eurocent. Mecrouw glundert en wil ook nog mee naar het loket. Dan maakt ze met haar zakdoek ook nog een plaats op een bank schoon,. Daar moet ik van haar wachten. Ik heb nog een uur de tijd en ik ontspan eindelijk een beetje. De hele tocht was toch wel erg spannend, vooral door het idee vaak te zullen moeten wachten, of de weg niet te kunnen vinden, en dus de sleeperbus te missen. Daarvan is er maar eeLn per avond die om 19.30 uur vertrekt. Eigenlijk wil ik wat warms drinken. Geen nood, vlakbij is een kiosk. Daar verkoopt men allerlei heerlijk geurende gerechten uit borrelende pannen. Het lijkt me beter me te beperken tot een oplossoepje waarvan er veel zijn, in alle prijsklassen. De duurste is acht yuan en komt uit Japan. Het water wordt er kokend op gegoten, zodat ik roerend met een bijgeleverd bamboestokje toch nog vrij lang moet wachten. Het is een vissoepje geworden, dat heerlijk gaat ruiken en waarin miniscule gedroogde garnaaltjes tot levensgroot opzwellen.

De Sleeperbus bevat drie rijen in de lengte staande stapelbedden. Ik maak een ernstige fout door mijn bagage niet af te geven, maar aan het voeteneind van mijn bed te leggen. Het bed is wel smal, zestig centimeter, maar zeker twee meter lang. Zonder bagage erbij had ik er prima kunnen slapen. Het vooruitzicht dat iemand misschien midden in de nacht, na uitstappen met mijn spullen aan de haal gaat, wint het. Ik moet in vreemde kronkels liggen of mijn benen buiten in het gangpad hangen. Dat gaat redelijk tot er gestopt wordt en mensen tegen die benen aanlopen, en ze dan boos opzij duwen.

Al met al is die reis in de "Luxury Sleeperbus" geen pretje. In plaats van de beloofde acht uur duurde de tocht veertien uur. Er wordt heel vaak stilgestaan op plaatsen waar ook 's nachs aan de weg wordt gewerkt. Daar passeeren eindeloze convooien vrachtwagens. Van slapen komt niet veel ; om de haverklap zijn er sanitaire stops. En rookpauzes voor de chaufeur. De sanitaire gelegenheden waar gestopt wordt, tarten de meest fantasierijke beschrijving. Ik ben al genoeg getart en doe dus geen poging.

Welnu, aldus verjetlagged en na 48 uur niet uit de kleren te zijn geweest ben ik heelhuids in Yangshuo gearriveerd.

Van het busstation naar het mij aanbevolen "Morning Sun Hotel" [klik]  is het maar een paar minuten lopen. Helaas regent het en is het koud. Ik verlang naar een warm bed. De Mevrouw van het hotel ontvangt me vriendelijk en mijn op haar losgelaten touristenchinees beantwoordt ze in redelijk engels. Ze heet Frances *) en wil geroepen worden als er iets aan mijn welzijn mocht ontbreken. Dit hotel is nog maar 3 jaar oud en oogt ruim en modern. Maar Chinakenners hadden me al gewaarschuwd ... het is in januari ijzig koud. Geen centrale verwarming. Maar de kamer is groot en het enige raam kijk uit op een bakstenen muur op 15 centimeter afstand. Er is zowaar een waterkoker en zakjes groene thee. Ha ! he cha (thee drinken)! Dat zal de leden verwarmen.

De waterkoker echter kookt geen water. Het lichtje wil niet branden tot ik na veel gevloek nog een piepklein schakelaartje op de stekker heb gevonden. 

Het bed is keihard, de dekens klam, en het badkamertje stinkt ! De wastafel is van doorzichtig blauw glas, wat heel mooi is, [klik]en de WC is - wie dan ook zij dank - van een westers model. Chinese loodgieters kunnen daar echter duidelijk nog niet mee uit de voeten. De afvoerpijpen lijken at random, ergens achteloos in het beton te zijn gestoken. Dus doortreksel borrelt van onder de pot op en begeeft zich over de tegelvloer naar het afvoerputje van de douche

 Daar moet terstond wat aan worden gedaan. Ik stel Frances, de eigenaresse, in kennis. Zij maakt de indruk op alles raad te weten en roept iets naar een duistere ruimte, rechts in de hal (links voor de kijkers thuis).

Daar verschijnt een schamel geklede man met een grote zak. Hij gaat, mij omineus zorgelijk aankijkend, voor naar de kamer. Ik verlang naar slapen en denk: laat hij in JC's naam nu niet de hele vloer gaan openbreken ! Hij laat zijn zak op de natte tegels vallen en begint dan bezorgd richting pot te knikken. De diagnose stelt hem duidelijk voor problemen. Toch komt de oplossing nog onverwachts snel ; hij pakt lachend een spuitbus en verspreidt in no time een doordringende dennegeur in het vertrekje. Dan gaat hij er vlug vandoor. Dit is wat medici "palliatief" optreden noemen. "Bu hao" (niet goed), bedenk ik te laat, maar kan tenminste tussen de lakens verdwijnen. Sokken, wollen muts, lange onderbroek en een trui over een t-shirt maken dat ik weldra in slaap val.

 

*) Waarom deze bijzonderheid? Dit is nu een van de problemen van de verteller. Vermeld je niet hoe die tante heet, dan heb je altijd mensen die daarnaar vragen, ook al doet het er niets toe. Iedereen wil weer andere details: Jong of oud? Nobele gelaatstrekken? Bril ? Groen of blauw hesje? De grote Tolstoi vult er vele pagina's mee, en zelfs dan nog zie je zo'n man niet echt voor je. Tot je de filmvoorstelling bezoekt, en het gewoon Omar Sharif blijkt te zijn.

De volgende dag loop ik al vroeg wat rond door Yangshuo. Het is mistig en het regent nog steeds. Of alweer. Ik moet uitkijken waar ik loop want er zijn plassen en modderpoeltjes op de straten. Die zijn meestal verhard met beton of steenslag, maar water is overal.

Het ziet er allemaal niet florisant uit, maar uitgeslapen en gedouched, ben ik nu wat optimistischer en bedenk me dat het alleen maar beter kan worden. De levenskunst van de Chinezen dwingt overigens bewondering af. Vanaf een uur of negen zitten ze buiten in dikke winterjassen en met die vingertoploze handschoenen aan, hun ontbijt te eten. Ze prepareren op kleine vuurtjes veelsoortig voedsel dat lekker ruikt. Ik herinner me trouwens niet dat er bij vorige bezoeken aan China zo veel pret werd gemaakt. Er wordt nu veel gelachen. Het is trouwens , ondanks de regen, druk op straat .Trotse ouders kopen in deze tijd veel cadeautjes voor hun stierlijk verwende aapjes. Het lentefeest nadert en men prepareert zich daarop. Er zijn veel feestelijke rode doeken met goude karakters er op te zien en je hoort al voorzichtig geknal van schielijk wegrennende, stoute jongetjes.

Ik heb hier nog geen zon gezien, en veel om te lachen is er voor mij nog steeds niet.

Tijdens die eerste wandeling heb ik een doos koekjes gekocht waarop amandelen staan afgebeeld. Ook gembersnoepjes ( volgens de afbeelding). Allebei shit. Geen amandel of gember gezien of geproefd. De koekjes smaken naar taai zoutloos brood. De verpakking is echter heel mooi, maar veel te ruim. Nog niet de helft van het pak is gevuld. Gelukkig. (Een paar dagen later zal ik, bij een echte warme bakker, heerlijk cocoskoeken kunnen kopen - zodat alles toch nog gaat meevallen.)

Om 12 uur wordt ik bij de "Morning Sun" opgehaald door de directeur van het college, de heer Odar, die de naam Omeida heeft aangenomen, wat een afkorting is voor Europa-Amerika-Universiteit. ( "ou" is europe, "mei"is amerika en "da" is de afkorting van "da xue" wat grote school of universiteit betekent) Hij is opvallend jong en actief en zijn engels is zo, dat ik het opgeef om chinees te spreken. Hij rijdt mij met een klein Japans autootje naar een ander hotel, in een buitenwijk, waar ik niet meer hoef te betalen. De kosten zijn verder voor de school.

In dit tweede verblijf, doet de waterkoker het goed. Ik maak veel thee en koffie. Toch denk ik dat de stekker ervan het spoedig zal begeven. Er is geen aan/uit knopje op, zodat ik hem steeds in- en uit het stopcontact moet halen.

Hier is weer een ander probleem. De handdoeken-voorziening. Er is geen handdoek in de mij toegewezen kamer. Een australische backpacker, die hier ook logeert raadt aan, de handdoeken uit kamers waarvan de deur open staat te pakken en die dan vlug te laten wassen. Bij vertrek kan je ze eventueel ergens in een kamer terughangen. Ik heb dat systeem aangevuld met de aanschaf van een afgrijselijke geel-grijze handdoek met groene bloemetjes, (35 eurocent) die eerst gewassen moet vanwege veelvuldige betasting door kopers die waarschijnlijk om kunstzinnige redenen van aanschaf afzagen.

Dan is er geen prullemand Waar ik de papiertjes en de rest van het afval - veel volgesnoten papieren zakdoekjes - moet laten, is onduidelijk. Vroeger gooide ik vaak rotzooi uit het raam - "het raam is de grootste vuinisbak", zei broer Hans. Hier kan ik dat niet doen; ik heb als "lao shi" (leraar) een voorbeeldfunctie. In dit deel van Yangshuo vallen waiguoren (buitenlandmensen) op. Met al het huisvuil in de zakken van de regenjas loop ik naar het college, en loos daar het afval in de eerste de beste vuinisbak. Als er veel appelschillen bij zijn is het zaak sneller te lopen. Sommige mensen in de straat kennen mij al en groeten me. Ik maak graag praatjes met winkelmensen. Ik ben die zonderling met de lange regenjas met de uitpuilende zakken en met altijd een paraplu bij zich. 's Avonds moet ik wel 400 meter door deze onverlichte buurt lopen en die plu dient voor mijn gevoel meer voor mijn veiligheid (zonodig kan ik er behoorlijk klappen mee uitdelen) dan tegen de regen.

Ik voel me prima, maar slaap toch weinig. Aan de kou wen ik niet.

 Gister vrachtwagen-eend gegeten, heerlijk! Ik geniet erg van het Chinese eten. "Vrachtwagenkip" en de variant "vrachtwagen-eend" zijn gerechten waarvan de namen, tijdens de vorige trip, door mijn vrouw zijn bedacht. Om het bereidingsproces te bekorten wordt het gevogelte tussen twee plankjes plat geslagen waarbij alle botten breken; dus alsof onder een vrachtwagen....etc. Alleen 's avonds ga ik in "de stad" eten. Tussen de middag is er eten in de "canteen" van het college. Ook very tasty, al kan ik niet steeds zien wat de pot schaft. ( De hond in de pot heeft hier een totaal andere betekenis dan bij ons.) In ieder geval is het niet vet, en er is altijd soep en veel groenten bij. Om rijst moet je vragen, maar pas op : de porties die je krijgt zijn genoeg voor het hele voetbalteam, inclusief de trainer.

* * *

EVEN GEEN REGEN! !

 

LES GEVEN

Vanmorgen de eerste Engelse les gegeven.

De studenten vormen een heterogene groep. De meesten zijn tussen de 18 en de 30 jaar. Vaak zijn ze al afgestudeerd in technologische vakken of management. Ze hebben allemaal al engels gehad. Zij kennen, zeker in de gevorderde groep, goed de grammatica. Ook hebben ze vaak een grote woordenkennis. Omdat ze zonder uitzondering van Chinese leraren les hebben gehad, moeten ze eerst leren luisteren naar de taal en dan leren uitspreken wat er geschreven staat

Binnen het instituut zijn studenten in 6 klassen onderverdeeld, van Pre-Basic, Basic, via Lower intermediate, Intermediate en Upper intermediate naar Advanced . De "prebasic" studenten hebben een bijzondere aanpak nodig. Zij kennen het abc, vaak de telwoorden van eeLn tot en met vijf, en dan nog "hello " en "glad to meet you ".

Hoe pak je dat aan ? Ik kom binnen en zeg: "hello, I am Laoshi". "Qing, jiao wo Joeri` (a.j.b. noem mij maar joeri). Dat schrijf ik dan op het bord, en laat hun stuk voor stuk zeggen hoe zij heten, en wat voor Engelse naam ze willen hebben. Dat uitzoeken van namen vinden ze een aardige bezigheid. Vaak vragen ze mij wat ik mooi zou vinden. Ik kies dan voor de meisjes kleuren uit : Scarlett, Ruby en Purple bijvoorbeeld. Een jongen heet al "Silver". Dan bespreken we ieders "cumplom" (come from.. ) en noteren het telefoonnummer van hun handy. De les wordt dan afgerond met het opnoemen van ieders brothers and sisters. Het aantal daarvan valt best mee voor een land met eLen een-kind-politiek. Maar deze, wat oudere studenten zijn uit de tijd van voor de invoering daarvan.

De volgende lessen lopen eigenlijk gemakkelijk. We beginnen met wat algemene wetenschap; wat heb je eigenlijk voor soorten taal? Welke hulpmiddelen zijn er? Gelaatsuitdrukking, gebaren en lichaamstaal (ik had een NRC met foto's van Blair, Chirac en Schroder). Verder doe ik vooral veel uitspraak-oefeningen. De studenten kennen de fonetische transscriptie en pennen vlijtig op wat ik zeg. Ik moet vaak Amerikaans accent corrigeren. Ze zeggen leeder ipv later. Ze leren alles uit hun hoofd. Inzicht in hoe een woord in elkaar zit hebben ze niet. Bijvoorbeeld spreken ze Portable, uit alsof het een soort table is. Zinnetjes als this chair is comfortable maakt ze wanhopig; een stoel die op een tafel lijkt, of zoiets ?

Wat doen het prefix en het suffix?. Zo probeer ik het uit te leggen: Als je de stam neemt, "Port" dan betekent dat dragen. Het suffix "able" maakt er "draagbaar" van. Prefixes als bv im- ex- of trans- , hebben nog steeds als kern dat dragen, naar-, weg van-, en van de ene naar de andere plaats. Zo zijn er tientallen prefixes, zowel Engelse als Latijnse en Griekse. (un -,sub -, micro -, de-, ex- enzovoorts.) De uitspraak van het engels is, juist voor chinezen, moordend. Ze moeten de uitspraak van bijna ieder woord er gewoon bij inprenten. Hoe verklaar je het klemtoon verschil tussen "recycle" en "bicycle" ? De schrijfwijze geeft nergens houvast. Omgekeerd kan je gesproken engels ook niet vanzelfsprekend goed schrijven. Dictees vinden ze dan ook verschrikkelijk, en met het oog op mijn populariteit stop in daar al vlug mee.

Algemene uitspraakregels kennen evenzoveel uitzonderingen. Gemakkelijker is het om te beginnen met het oplopen van de toon aan het einde van een vraagzin; en het juist omlaag gaan van die toon bij een zin die een mededeling of een stelling bevat. Dat Ìs tenminste altijd zo, maar niet in het chinees.

Chinezen zouden, wat dat betreft beter Croatisch kunnen leren, in welke taal alles precies zo wordt uitgesproken als het geschreven wordt, of , afgezien van de rollende R-en: Spaans . Maar de vraag naar Croatisch is niet erg groot. Gelukkig maar want veel verder dan "dobar dan" en (zabranjeno plivanje" (goeie dag en verboden te zwemmen) breng ik het niet. 

De sfeer in de lessen is goed. Er is tijd voor lachen. We hebben het gedichtje van Jack and Jill gedaan en aan de hand daarvan grammatica. Iets verteld over rijm en ritme. En wat een gedicht anders maakt dan gewone spreektaal (vorm, rijm, versvoet, metrum en melodie) Ook halfrijm genoemd waarin de engelsen goed zijn. In Jack and Jill bijvoorbeeld rijmt "later" op "after". Ik heb ook een Shakespeare-sonnet in petto. Nummer XVIII "Shall I compare thee to a summers day?" Het eerste kwatrijn is al genoeg voor een lesuur in verband met de verschillende betekenissen, naarmate de klemtoon anders wordt gelegd.

Ik geniet er van. De studenten trouwens ook. Er zit soms een andere - Schotse - (echte) leraar bij, die gelukkig tamelijk te spreken is. Ik heb maar niet gezegd dat dit de eerste engelse taalles ever was, die ik geef. Toch ben ik niet erg zenuwachtig. Voorlopig lig ik ruim voor op de studenten. Ik begin met "de acht gouden regels van de uitspraak." Het zijn geen acht regels, maar ik vind daar wat op : Acht is namelijk een geluksgetal, zoals bij ons zeven. De acht regels zijn zijn: 1.Relax ; 2. Breathe ; 3. Do not be shy. 4. Do not put little a's between syllables (-De Chinezen moffelen overal extra a'tjes in. "We musta speaka slowaly".- )5. Separate words, do not glue them together. 6,7 en 8 zijn alle drie: Speak slowly.

 Dat langzaam spreken, leg ik uit, geeft drie voordelen. Je hebt meer tijd om na te denken en dus minder of geen uh.. uh... pauzes nodig, en het maakt op de gesprekspartner een betere indruk : hier spreekt iemand die zorgvuldig nadenkt en formuleert.

De meeste collega teachers zijn jeugdige Australische backpackers en dito Amerikanen en Canadezen die na hun middelbare school, alvorens serieus aan hun eigen carriËre te gaan werken , de wereld in tegengestelde richting onderwijzen. Ik geniet bij hen onverdiend respect, omdat ze gehoord hebben dat ik een PhD heb. Dat dat in de medicijnen is kunnen ze niet weten, want de ingeleverde copy van de bul is in het latijn, net als die bul zelf trouwens. Nu zijn zij native speakers, en ik niet. Maar ik stel mij voor dat mijn "geconstrueerde" engels voor de leerlingen eenvoudiger te begrijpen is, dan dat van de "backpackers". Ik gebruik meer eenvoudige woorden en constructies dan de native speakers voor wie alles vanzelfsprekend is, en even moeilijk of eenvoudig.

 * * *

Over Mary en chinese sportbeoefening ...

Vanuit het instituut is mij Mary toegevallen, die haar rijst moet verdienen met lesgeven in de Chinese taal en karakterkunde. Zij heet eigenlijk Mei Li, wat "mooie pruim" of "mooie peer" (afhankelijk van de toon) betekent. Verder onderzoek daarnaar behoort niet tot mijn opdracht. Haar gestalte is zonder meer rank te noemen. Zij heeft een nieuw ingewikkeld, maar voor Europese begrippen spotgoedkoop fotoapparaat van haar ex gekregen, en moet daarmee continu

foto's maken. Die zijn op deze camera zelve te zien, en te vaak moet ik haar kiekjes bewonderen, die ze daarna weer kirrend verwijderd. Haar voornaamste probeem lijkt overigens het onverbiddelijke verschijnen van rimpeltjes onder de oogleden.

Aangezien zij weet dat ik ook nog yi sheng *)(dokter) ben, consulteert ze mij indringend over deze dermatologische kwestie. Zij brengt bij de eerste les al een aantal tubes mee met heilzame zalven en cremes, en wil van mij horen of ik de voorkeur geef aan extract van gemalen parels of aan berenmelk.

Ik onthoud me van advies, want mocht er een rimpel bijkomen, dan heb ik het gedaan. Nee, dat begrijpt ze wel, maar wat zou ik dan doen in haar geval ...? Ik laat in het midden dat mijn geval wel nooit meer geheel zal ontrimpelen en neem de toevlucht tot generaliserende opmerkingen. Zoals "de binnenkant van de pruim is toch belangrijker dan de schil". Dit spreekt haar wel aan en ze knikt instemmend.

Toch meent ze dat mannen aanvankelijk de schil het belangrijkste vinden. Ik steun die hypothese, alhoewel ze zich naar mijn mening verkijkt op de duur van aanvankelijk.

*) spreek uit : "iesjung", mocht je het willen weten....

Als laoshi ( lerares) is Mary onverbiddelijk. De door mij in de slapeloze nachtelijke uren moeizaam bijeengetekende chinese karakters, krast ze kraaiend van de pret door en verbetert deze met elegant vloeiende beelden. De officiele gedrukte karakters uit het oefenboek kan ik er niet in terugvinden. Zo maakt ze van alle duidelijke vierkantjes en rechthoekjes een soort hogere of lagere tweeen. Mary meent dat ik met dagelijks een uurtje les en drie tot vier uur zelfstudie aan het eind van de maand de krant zal kunnen lezen. Ik neem mij voor deze kans te grijpen en mijn best te doen, maar zal mij uiteindelijk toch tot Trouw beperken, de krant die ik hier op het alom geprezen World Wide Web kan raadplegen.

Omar, de slechts 31-jarige, maar zeer gisse directeur van het instituut, heeft voor het Yangshuo'se sufferdje, in het kader van het nakende lentefeest, een journalist laten komen om mij te interviewen. Volgens Odar is wat ik zeg volstrekt onbelangrijk, als ik maar aandring op een foto met hem voor het instituut. Gratis reclame. Mary, de zuurpruim, die net langskomt moet ook op die foto om e.e.a. op te leuken.

 

Vandaag trouwens Odar gevraagd naar het zwembad ; ik heb mijn zwembroek tenslotte niet voor niets 10000 km meegedragen. Hij vroeg me of ik "serious" was, waarop ik hem vertelde over deze voor mij primaire levensbehoefte. Dus op naar het sportcentrum. Een schitterende grote hal waarin een zestigtal pingpongtafels staan, allen bepeeld. Daarachter liggen nog een paar sportvelden.

Sommige sportslieden hebben de jassen aangehouden, want ook in deze zaal heerst bittere koude. Het spel tart iedere beschrijving. Dit is heftiger dan karate. Men speelt met een ongekende snelheid en felheid, en uiterst gemeen. Uit pesterij wordt wel es even een balletje van een naburige tafel in het spel gebracht.

Odar vroeg mij of ik dit niet leuker zou vinden dan zwemmen en of ik niet ook een balletje zou willen slaan ... Ik dacht aan de toernooien bij ons thuis, vroeger in de van Eeghenstraat en op school, maar meende mij hier een fatale afgang te moeten besparen. Als ik al ping zou halen, zou ik aan pong zeker niet toekomen. Goed, zwemmen dus! Alweer een afknapper. Achter het gebouw was in de open (vries-) lucht inderdaad een met vloeistof gevulde kuil gegraven, voorzien van hokjes en een heuse springtoren. Ik vroeg Odar of hij meende dat ik echt daar te water zou gaan, maar vermoedelijk dacht hij dat je van de blanke barbaren best kunt verwachten dat zij zich bij plus twee graden in buitenwater zullen begeven. 

"Op school"

 Na een paar dagen al mag ik bij de advanced group aantreden. Daar kunnen ze foutloze opstellen en goede brieven schrijven, maar ze verstaan maar de helft van wat ik zeg, en bijna niets spreken ze goed uit. Ook leggen ze klemtonen zonder duidelijke regels of aanleiding. Bijna allemaal zijn ze in het begin te verlegen om wat te zeggen. Ik zeg dan dat wie de meeste fouten maakt het meeste leert, en dat we tenslotte friends zijn en niet "shy " hoeven te zijn. Toch moet ik hier oppassen. Verbeter je iemand te vaak, dan slaat hij dicht (bij meisjes zie ik dat bijna niet !). Dit komt uit angst voor "gezichtsverlies" ten opzichte van de medeleerlingen; nog steeds een levensgroot probleem in China.

Met uitzondering van vrolijkheid, worden er ook geen emoties getoond. De verlegenheid maakt ook dat ze geen stelling durven nemen; hun meeste antwoorden beginnen met: "May be.." Dat blijkt moeilijk uit te roeien. Ik zeg dat "may be" op de gesprekspartner de indruk maakt dat je het niet weet. Als je niet helemaal zeker bent van je zaak kan je beter "probably" zeggen, hetgeen aanduidt dat je wel degelijk zelf een mening hebt.

We oefenen dan een half uur "probably" wat bijna ondoenlijk lijkt, omdat er een R-van-de-derde-orde inzit, die niet weggemoffeld kan worden zoals bijvoorbeeld wel gaat bij "warm weather" (2 maal R-van-de-eerste-orde).

Er zijn bij de chinezen ook onderling grote verschillen. Je onderscheidt vrij gemakkelijkde superieure Han-Chinezen, al mag je niet discrimineren. Zij vormen grofweg zeventig procent van de hele populatie in China. Zij zijn de nazaten van de "100 families", die door de eeuwen heen de dienst uitmaakten en vaak de mandarijnen-rang bekleedden. Van die honderd families zijn er nog steeds veel over.

De Han hebben dus vaak de zelfde achternamen, zoals bijvoorbeeld :Wang, Zhao, Qian, Sun, Wu, Zheng, Bai (de Koning, van der Klauw, Sterk, Bamboescheut, Kraai, Strijd en de Wit). Deze chinezen vormen nog steeds de elite, met gemiddeld een hoog IQ, ook vergeleken met ons barbaren uit het westen. Ze voelen zich superieur aan de "minderheden" (het woord zegt het al) zoals de Miao, de Oeigoeren, de Hui, de Yi, de Zhuang en nog een stuk of 40 volkeren. Die niet-Han chinezen hebben wel een groot aantal verschillende exotische namen, die bovendien gedurende hun leven - bij speciale gebeurtenissen, als het wisselen van baan of echtgenoot - nog al eens veranderen. Soms houdt men 2 of meer namen aan.

 Ik leerde dokter Mo Bang Cai kennen toen ik een man te hulp schoot die in New Weststreet op een ladder stond die dreigde weg te glijden. Hij had twee schilderstukken in de hand die hij wilde ophangen voor zijn winkel en in ieder geval niet wilde laten vallen. Er zijn blijkbaar geen traditionele regels die voorschrijven hoe een Chinees een toerist moet bedanken die hem voor omvallen behoedt. We raakten in gesprek en ik kreeg thee van zijn dochter, die de kunstzaak runt.

Dokter Mo bleek een brandwonden-chirurg die zich, al verkneukelend de handen wrijvend, voorbereidt op het lente-festival. Dr. Mo is een Zhuang en schildert, als zich niemand verbrandt, verdienstelijk bergen en bloemen. Zijn artiesten-naam is iets onleesbaars, maar in ieder geval geen Mo. De dochter, schildert bamboe en krijgt daar na 20 jaar nog niet genoeg van. Ze is verlegen en wil mij haar werk niet laten zien.

 Vandaag alweer de laatste les gegeven voor het lentefestival-reces. De twee beste jongens komen na het festival niet meer terug. Jammer! Ze dronken de kennis in die ik over ze uitgoot en waren -vergeleken met doorsnee Nederlandse studenten - bijzonder ijverig. Er wordt ook veel gelachen als ik op dreef ben. Een van de jongens vertelde mij in de les dat hij in Weststreet Zweedse meisjes had aangesproken om zijn uitspraak van het engels te verbeteren. Ik vermeldde droogjes dat Zweedse meisjes vooral om andere kwaliteiten bekend staan, dan om hun engelse uitspraak. Omdat ze slim zijn begrepen ze de hint en ze vielen uit hun stoelen van de pret, terwijl degeen die zijn uitspraak wilde verbeteren een rooie kop kreeg. 

 Thee, rijst, en meer

Weststreet in YangShuo is van dezelfde touristische orde als de Bund in Shanghai, het Canal Grande in Venetie of Time Square in New York.

Je kunt er niet omheen, en ook al ben je maar 1 dag hier, men sleurt je er heen. Voor China is dit waarschijnlijk wel een bijzondere straat. Het plaveisel is van grote stukken natuursteen en de huizen zijn tientallen jaren oud, Ze zijn gebouwd in traditioneel chinese stijl, maar aan de straatkant bijna allemaal tot winkels, restaurants en hotels verbouwd. Zeer authentiek doet het dus niet aan en er zijn ook panden die nodig een kwastje verf moeten hebben. Maar er heerst een gezellige bedrijvigheid De Korte Poten in den Haag is in feite interessanter en zelfs de Burgemeester Mooijstraat in Castricum, al is daar maar een afhaalchinees, is breder opgezet. Vooral de aanpalende neringdoenden, met name horeca-etablissementen doen er goede zaken.

Door beeldschone meisjes wordt je, als je komt aanlopen, al met een vrolijk "hello" begroet. Kom je dichterbij, dan verschijnt er een uitdagende gretigheid op hun gezichtjes, die doet vermoeden dat zij zich ter plekke, onmiddellijk vleselijk met je wensen te vermengen. Laat je je meetronen naar hun bar, dan krijg je de spijskaart in 5 talen - waaronder slecht Nederlands - toegestopt en weg zijn ze weer. Die tegenvaller kan je wegdrinken met alle denkbare internationale dranken.

De prijzen zijn op gebruikelijk touristen-niveau. Een kopje cappuccino, echt prima, kost 18 yuan (maal 9 is ongeveer 1 euro 60). Voor het Rembrandtplein niet veel maar voor mij, die elders voor 5 yuan een hele wokmaaltijd krijg, is het duur. Overigens zou je hier van je A.O.W-tje kunnen leven als God in China.

Er is altijd wel wat te beleven in Weststreet, en ik loop er graag. Straathandel is verboden maar wordt -  denk ik - bijna niet gecontroleerd.

Er is een zaak met recycled, door touristen achtergelaten boeken. Voor 30 yuan kan ik Heere Heeresma inslaan. Ik stel de bazin een deal voor: Ik neem Heere mee en betaal de 30 ; over een paar dagen breng ik hem gelezen retour ; hoeveel krijg ik dan terug? Dit probleem kent ze niet. Ze krijgt de boeken voor een schijntje van de kamermeisjes uit de hotels, waar de werken worden achtergelaten. Na lang telefoneren met -vermoed ik - de echte baas, zegt ze dat ik 5 yuan terugkrijg bij inlevering van Heere.

 Dit is me toch nog te dol; 25 yuan voor een paar dagen Heere, nee, ik ben toch al niet zo erg op hem gesteld.

Ook verderop is er veel te beleven. Chinagangers weten al dat thee vaak gratis is, maar wel dwingt tot het gebruik van wat anders. Drink je alleen de thee op, en loop je dan weg, dan antwoordt er niemand op je groet en kijkt men sjacherijnig een andere kant op.

Een keurige chinese heer houdt me staande door me vriendelijk doch effectief de weg te versperren. "A very good evening, sir", zegt hij in keurig engels, "Did you eat already?" Terzijde: dit is een normale chinese begroeting en het antwoord dient altijd xie xie, chi le (dank U, gegeten) te luiden, ook al rammel je van de honger. Zeg je namelijk dat je net aan een hapje toe bent, dan is hij - althans dat was vroeger zo - moreel verplicht om je een maaltijd aan te bieden.

Hij heeft een zwart doekje in de hand waarvan hij mij de inhoud wil laten zien. Maar niet op straat, in een bar. Ik gun hem graag de kans mij voor de gek te houden en heb toch niets beters te doen. Wat zou het zijn? edelstenen? oude muntjes?

Er is een fel verlicht tafeltje achterin die bar, dat kennelijk zijn vaste plaatsje is. Langzaam en me verwachtingsvol aankijkend opent hij zijn doekje. Ik zie enkel een theelepeltje rijst. Hoe nu? Ik wacht af en krijg een loupe aangeboden, zo'n instrument waarmee horlogemakers naar de mechaniekjes turen. Hij schuift nu een korrel naar mij toe, die na enig instellen van het loupje in mijn beeld verschijnt op ei-grootte. Ik herken een afbeelding van de Moon Hill. 'Moon Hill' roept hij dan blij en ik moet bekennen dat het een wonder is. Minder dan piepkleine boompjes zijn op de berghelling zichtbaar. Of ik wellicht tot aanschaf wil overgaan?

Ik bedenk me dat ik bij weigering me niet kan beroepen op mijn gebruikelijke motief als mij beelden of opgerolde schilderingen worden aangeboden: plaatsgebrek. Hij toont mij een met roze watten gevoerd doosje van 1 x 1 x 1 cm, waarin het geleverde kunstvoorwerp zal worden verpakt. Ik moet wat bedenktijd hebben. Hij is te aardig om hem, met een afwijzing, bruut voor het hoofd te stoten. Ik wil dus weten of hij zelf wel de artiest is en of een en ander niet machinaal is vervaardigd. Met een grijnslachje van "nu heb ik je te pakken" haalt hij een foudraaltje uit zijn zak met daarin plakband, en een een kokertje, waaruit een naaldje komt waarvan de punt zo fijn is dat die vrijwel niet zichbaar is. Hij pakt nu onverdroten de al met "Moon Hill" beschilderde korrel en plakt die op het cellotape. Hij zal op de achterkant mijn gui xing (eerbiedwaardige naam) graveren, als ik die ten minste eerst voor hem op het tafelkleedpapier wil schrijven. En ja hoor, al hoewel ik zijn hand bijna niet zie bewegen, zijn instrument

 steunend op een stukje bamboe, graveert hij in een vrij hoog tempo Shan bo shi (doctor Bergh) met karakters en van den Bergh met minuscule romeinse letters op de korrel. Dan smeert hij er met een doekje wat zwart spul (schoensmeer?) over, dat de krasjes zichtbaar maakt, en het kunstwerk is af. Ik dring aan op persoonlijke signering. Dat doet hij maar al te graag.

Ik begrijp heel goed dat nu de onderhandelingen over de prijs zullen moeten beginnen. Gelet op de rijstprijs in China, is zijn winstmarge exorbitant. Maar hij laat het, vriendelijk, geheel aan mij over wat ik wil betalen, een hoflijkheid die ik hier nog niet heb meegemaakt. Ik waag een gok en bied 50 yuan (4 euro 50). Dat lijkt me voor een gepersonifieerd en gesigneerd kunstwerk, hoe minuscuul ook, niet teveel. Hij slaat echter de handen ten hemel en lacht me vriendeljk uit. Ik was er al bang voor. Begint nu het pijnlijke marchanderen? Nee, met beide armen in de lucht gestoken roept hij "too much, too much". Daar kan ik het alleen maar, opgelucht grijnzend, mee eens zijn. Voor zoveel geld mag ik er zelfs nog wel eentje meer meenemen. Maar wel In hetzelfde doosje, men moet ook weer niet overdrijven. Met de loupe in mijn oog geschroefd, kijk ik de verzameling door. Een landschapje - hoe bestaat het (!) - is zelfs gekleurd. Ik besluit dat er bij te nemen. Prima, prima, wij allebij xihuan (blij).

 * * *

Mijn promotie in het College, van teacher in de "pre-basic" en "basic" class naar "advanced" brengt een aanmerkelijke statusverbetering mee, ondermeer resulterend in het recht op een appartement vlakbij de school. Dus maar weer es verhuizen. Een bof voor degeen die na mij komt ; mijn verblijf in de buitenwijk had ik uiteindelijk goed schoon gemaakt. Nu kom ik op 4-hoog in de ruime teachersflat, bestaande uit een hall met een grote tafel en acht echt mooie leunstoelen. Daar staat ook de TV, helaas onverplaatsbaar. Alles wat ik om me heen wil hebben, sleep ik naar de enige te verwarmen kamer, waar ook een redelijk comfortabel bed staat: keihard, en met vochtig dek, maar kingsize. Een kast is er niet. Alle plakhaakjes, in de loop der tijd door de backpackers aan de muren gekleefd, zijn afgebroken.

Maar voorlopig kan ik alles kwijt op de acht stoelen. TV kijken zal er wel niet meer van komen, want ook in de hal waar die staat, is het bitter koud. Er is overigens, en terzijde, een Engelstalig programma, CNTV kanaal 9, waar alle ellende van het buitenland, vooral van Amerika, breed wordt uitgemeten. Verder zijn er reportages van bezoeken van Chinese diplomaten aan landen als Tsjaad, Venezuela en Soedan. De olie-voor-wapens transactie met Soedan is natuurlijk een schandaal, maar China heeft een enorme honger naar olie. Op dit kanaal is verder te zien dat in China, op een mijnramp na, alles voorspoedig verloopt. 't Kan haast niet voorspoediger.

 -12-

Terug naar het appartement. Op de hall komen twee slaapkamers, de keuken en de badkamer uit. Ook hier is alles buitengemeen smerig. De keuken is vet en plakkerig. Ik neem me voor er nimmer gebruik van te maken. Het ruikt er bovendien naar gas. Dicht bij de deur is wel een handige wasbak, waar ik 's nachts in kan plassen zonder het vertrekje zelve te hoeven betreden. De badkamer gebruik ik alleen om te douchen, want het is er ijzig en alles is er doorweekt.

Waar het vocht vandaan komt weet ik niet. Ook het plafond, is daar betegeld en er hangen grote waterdruppels aan, die gestaag regen veroorzaken. Het zal wel condens zijn, want er is geen verbinding met buiten. De eerste nacht heb ik een ventilator aangelaten, maar die bleek de volgende morgen te stinken naar doorbranden. In de hall hebben zich duidelijk braspartijen voorgedaan, want er zijn etensresten tot op grote hoogte aan de wand te zien.

Hier is dus van alles te doen. Inmiddels heb ik nogal wat zaken aangeschaft voor het dagelijks gebruik. Theezeefje, mes, Nescafe, diverse exotische theesoorten, een glas, een nieuw fantastisch waterkokertje en de aankoop van de eeuw: een zeer grote electrische deken van 1.50 bij 1.80 meter. En waarachtig, de dekens worden droog en het bed zalig warm. Niet door TNO of de Chinese vereniging van huisvrouwen goedgekeurd, maar het is zwakstroom, dus is de kans op electrocutie gering. Waar koopt men in Nederland zo'n prachtig ding voor slechts 4 euro ?

In de school heb ik wel een aardige relatie met de medeteachers, allemaal jongelui, maar in de flat woont men het liefst ongestoord en is er weinig contact. De toegang beneden is voorzien van een houten pui met een fraai besneden deur. Deze is in de loop der tijden bij herhaling opengebroken en derhalve nu voorzien van een stevig metalen hekwerk. Hierop zit een miraculeus slot, waarmee door sleutelinsteking ook meteen het licht gaat branden. Daarnaast is met het oog op de feestdagen (veel vreemden in de stad) een groot hangslot aangebracht. De 4 sleutels worden mij plechtig door Odar overhandigd: hangslot, hek, appartement en de eigen kamer. Omdat er niemand anders in mijn flat huist, besluit ik de eigen kamer niet ook nog es af te sluiten en ik laat de sleutel daarvan op mijn bureau liggen.

 Deze beschrijvingen zijn niet overbodig, zoals weldra uit de natte doeken zal worden gedaan.

moHelemaal beneden woont uncle Mo. Dit is een breekbare grijsaard die zou moeten fungeren als portier. Hij ontmoddert de benedengang en woont in een kast met een kraantje en een matras. Ik heb hem in het begin zo vriendelijk mogelijk toegesproken, maar hij blijkt doof en niet hulpvaardig. Met gemak zou hij bijvoorbeeld de sloten kunnen openen, als je bepakt aankomt. Die bepakking moet je namelijk niet even neerzetten op de grond (modder). Maar nee, hij zegt automatisch 'Ni Hao '(hallo cq goeie dag) bij komen en gaan, en alles wat ik verder te communiceren tracht, beantwoordt hij met 'boedoeng ' wat "ik begrijp het niet" beduidt. Maar pas op, hij heeft het achter de ellebogen !

Zodra ik het pand heb verlaten, sloft hij alle trappen op, verschaft zich middels een enorme sleutelbos toegang tot mijn vertrekken en doet de kachel en de waterkoker uit. Kom ik thuis, dan is het dus overal steenkoud. Het echte conflict met hem ontstond toen hij, op een ochtend dat ik uitsliep - pas om 11 uur les -, ook kwam binnenschuifelen en de verwarming uitzette, zonder me een blik waardig te keuren. Dat ging me te ver; de adrenaline verspreidde zich bliksemsnel door mijn lijf, ik sprong uit bed, greep hem bij de magere lurven en smeet hem de flat uit, de deur achter hem dichtknallend. Er waren net andere bewoners op de trap, die dit schaterend waarnamen. Dit was voor de oude een verschrikkelijk gezichtsverlies, en ik dacht al dat deze muis een staart zou krijgen.

En inderdaad, die avond was er een afscheidsdiner van Australische teachers en ik kwam dus laat thuis. Het licht deed het nergens, dus mijn gevecht met de sloten duurde eindeloos. Ik vermoedde echter nog geen opzet. Midden in de hal van mijn flat was een nieuwe rijstkoker neergezet, dus de oude was weer es binnen geweest.

Zijn wraak bleek efficient, want mijn kamerdeur was op slot gedaan. Ik wist dat de sleutel binnen, op het bureau lag, en hij had dat natuurlijk ook gezien. Het was te laat om de buren om raad te vragen, dus ik rende naar beneden in het duister en bonkte op zijn woonkast. Geen geluid of beweging te horen. Ik wist eigenlijk niet eens zeker of hij daar wel 's nachts was en nam uiteindelijk aan - zoals later bleek ten onrechte - dat hij 's nachts elders huisde. Ik was nu koud tot op het bot en wilde niet in de koele hall bij de TV overnachten. Dan maar actie. Ik had geen hoge dunk van het Chinese hang- en sluitwerk en besloot tot krachtdadig optreden. Ik nam een aanloop en stortte me met vol gewicht tegen de deur. Die knalde meteen open en een gevoel van triomf doorgloeide me. Ik stak de sleutel demonstratief aan de buitenkant in het verwoeste slot en ging prettig in het heerlijk warme bed.

Uncle Mo is aan zet.

Er wordt onwaarschijnlijk veel in de echt verenigd dezer dagen. Overal zie je bruidsparen en feestelijk versierde automobielen. Op de stoepen van de duurdere hotels wachten zij geduldig, maar wat chagrijnig, op de fotografen. De blote armpjes steken rood van de kou uit de prachtige witgazen bruidsjurkjes. Mei Li, (Zuurpruim) die mij steeds "in de stad" weet tegen te komen (elk uur met mij doorgebracht declareert zij bij het instituut als Chinese les) legt uit waarom er zo'n hausse is in de huwelijksbranche: 2005 is "een weduwejaar". Trouwt men in zo'n jaar, dan overlijdt de man kort daarop. Op mijn vraag wie er dan wel bepaalt dat er zo'n jaar op komst is, heeft zij geen antwoord, maar het komt niet zo veel voor. Mijn directeur, Odar, trouwt ook pas in 2006. Hij weet dat het met de maankalender samenhangt. Er is iedere vier en twintig jaar zo'n weduwejaar. Daarna staat de trouwbranche dan opnieuw tijdelijk verkommering te wachten.

 Wat anders: de oude uncle Mo heeft weer toegeslagen. Ik dacht niet dat hem daartoe nog middelen ten dienste stonden. Subtiele voetafdrukken - na 4 verdiepingen is de meeste modder van de schoenen - en minder subtiele sporen in het toilet, verraadden zijn insluiping. 's Avonds is er plotseling geen warm water meer in de douche; wel in de keuken, dus aan het geysertje ligt het niet. Daar snap ik niets van. Achterdochtig van aard blijf ik de oude verdenken. Diep, doch niet schoon genoeg naar mijn zin onder de wol, overdenk ik de situatie nog eens in details. En dan : Eureka! De slimmerd heeft de slangetjes, in de keuken, voordat ze door de muur naar de douche gaan verwisseld. Ik spring uit bed, en jawel hoor. Het warme water komt nu uit de blauwe, koude kraan.

Ook de andere leraren klagen steen en been over de oude. Zo besmeurt hij de lager gelegen appartementen op de eerste verdieping met veel meer modder. Daar staat op de deur duidelijk, in zowel Engels als Chinees, dat men de schoenen voor binnentreding moet uitdoen. De oude is echter analfabeet en doet dat niet. Na overleg met Zuurpruim, zal ik een en ander vrijdagmiddag op de leraarsvergadering ter sprake brengen.

 Op die vergadering speelt Odar het weer meesterlijk. Ik krijg voor deze een en dertig jarige steeds meer respect. Uncle Mo is een erfstuk van zijn vader en "werkt" al vele jaren voor de familie, ook al toen de school nog niet legaal was. Als factotum mag hij nu levenslang op zijn bamboe-ligstoel beneden in de teachersflat blijven zitten. Het aantal van zijn taken is geleidelijk aan tot nul teruggebracht. Toen Odar hem echter in een babbeltje zijn ongenoegen kenbaar maakte over de hoge electriciteits-kosten in de maand december - men rekent per maand af - vermoedde Uncle dat hem daarbij de opdracht werd verstrekt hier op toe te zien. Louter hart voor de zaak dus. Odar zal hem nu dringend van deze zelf opgelegde taak ontheffen, maar vermaant ons gelijktijdig, - "als volwassenen" - er op toe te te zien, dat wij de verwarming uitschakelen bij het verlaten van de tent. Zuurpruim zal naar Uncle Mo gaan om hem namens mij excuses aan te bieden. Wat ze precies gezegd heeft zal ik wel niet te weten komen, maar het was effectief, en hij gedraagt zich alsof er nooit van een conflict sprake is geweest.

 * * *

 De zaterdagmarkt is in verband met de ophanden zijnde festiviteiten drukker dan ooit. Overal zijn plakaten, voor op de huisdeuren, en fel rode stroken met er op geschilderde spreuken verkrijgbaar in de kwaliteiten papier tot zeildoek. Behalve de gewone symbolen: "veel geluk", "gezondheid" en "lang zal die leven" en "rijkdom", zijn er ook politieke leuzen bij: "Help onze Taiwanese broeders hun dwaling in te zien!" en "Geweldloze hereniging in het nieuwe jaar".

Die kwestie wordt druk besproken, want er zijn nu meer Taiwanese toeristen dan vorige jaren. Deze stralen een rustige superioriteit uit. Ze gaan gekleed in nette kostuums en mantelpakjes uit Franse modehuizen met bijbehorende Chanel of Valentino tassen. Voorts hebben ze mini-videocamera's bij zich, waartegen ze tijdens opnames praten in schelle tongval. Zij zijn vaak familie van inwoners van Yangshuo, die er trots naast lopen.

De vraag hoe de hereniging moet plaatsvinden is een dagelijks gespreksonderwerp. Bij Xiamen (het vroegere Amoy, waar Slauerhoff nog gewoond heeft), klinkt dagelijks kanongebulder. Dat moet over de Straat van Taiwan, aan de overkant dus, goed hoorbaar zijn. Dit lijkt in scherp contrast met directe chartervluchten van Taipei naar Guangzhou die nu plotseling zijn toegestaan. Echt Chinees, inconsequent maar slim natuurlijk, want dat creert beiderzijds goodwill en brengt veel geld in het laadje.

 Het keurige en vormelijk gedrag van de Taiwanezen steekt schril af tegen dat van de westerse barbaren. Vooral de jongeren gedragen zich slecht. Het verhaal gaat dat de 6 Engelse jongeren, die er smerig uitzien en de hele dag luidruchtig bier drinken op een terras, de vorige week in de min of meer heilige grot "van de twee onsterfelijken" in een warme bron hebben gebaad en zich daarvoor, er na, of tijdens, geheel, subsidiair meer dan ten dele, ontkleed in de warme modder hebben gewenteld en zich verder onwelvoegelijk hebben gedragen. De Chinezen mogen dat ook, - het baden en wentelen - maar alleen op bepaalde dagen en dan nog met ondergoed aan. Ik schaam me wel voor mijn rasgenoten.

 Op de voedselafdeling van de markt ontkom ik niet aan de verleiding de (nog!) levende have te bekijken. Er is een verzameling pluim- en ander vee aanwezig die je niet voor mogelijk houdt. Artis is er niets bij. Reptielen, van kikkers tot grauwe leguaanachtigen; bassins met zee- en zoet water waarin wel twintig soorten vissen, krabben en kreeften. Kwallen worden gedroogd geleverd.

In China kan alles wat beweegt ook worden gegeten. Stopflessen met mieren en larven van weet-ik-wat-voor insecten, voor zachte- tot torenhoge prijzen. Een stand trekt mijn aandacht. Hier lijkt een bijzondere lekkernij verkrijgbaar en ik moet mij door de mensen wringen om het te zien te krijgen. Het zijn viskoppen, maar werkelijk joekels! - dertig tot veertig cm lang schat ik. Ze worden geveild, of in ieder geval bij opbod verkocht. Gelukkige kopers dragen deze koppen niet in de overal gebruikte plastic tasjes, maar demonstratief, met de vingers in de kieuwspleten. Kippen en eenden worden aan de poten gedragen en houden zich in die ongemakkelijke houding opvallend rustig. Zuurpruim verklaart waarom deze leeftocht niet geslacht wordt verkocht: men heeft geen ijskasten, en levend blijft alles langer goed. Bij de jonge hondjes draait mijn maag om. Nu ravotten ze nog gezellig in hun kooitjes, maar "Geen zal de avond zien".

 * * *

 Het nieuwe jaar komt er aan. Over twee dagen is het zover en de spanning neemt toe. Meer mensen op straat en men heeft meer haast. Gouden tijden voor de motorguys. Dit is een soort dienstverleners dat ik eerst niet in de gaten had. Als ik 's ochtends naar het instituut liep, stonden er op de drukke straathoeken opgeschoten easy-rider figuren, die op hun - soms uitzonderlijk schone en grote motoren - zitten en voor zich uit staren.

"Kom lui", dacht ik dan, "ga es lekker een stukje toeren met je prachtige motor". Tot mijn verrassing staan ze er 's avonds nog steeds. Wat beduidt dat nu weer? Wat moet dat? Die vraag houdt mij een tijdje bezig tot ik plotseling iets zie. Een man rent naar de bushalte, maar mist de bus op het nippertje. Hij staat even verslagen op de stoep en meldt zich dan bij een van de motorguys. Ze babbelen wat (spreken een prijs af) en gaan er dan met veel geweld van door. De werkgever moet zich stevig vastklampen aan de "guy". Ook wanneer dit een meisje is, heeft zij geen problemen met het in een solide houdgreep nemen van de bestuurder. Better safe than sorry. Deze motorboys zijn eigenlijk de enigen die op straat gevaarlijk rijden. Ze halen vaak bussen en vrachtwagens in zonder goed uitzicht op wat er aan komt.

Zuurpruim vertelt dat deze motorboys door maffiose bazen worden "beschermd". Een nieuweling kan zich niet zomaar op een straathoek vertonen. Een ruim percentage van de inkomsten gaat naar de - onzichtbare - beschermer. De maffia is hier ook op andere tereinen werkzaam. Zo is de handel in gasflessen "geprivatiseerd". Grote kosten 80 yuan en kleine 30. Met de grote gasfles doet een gemiddeld gezin wel een maand of drie. In de kleine zit maar een derde van die inhoud. De grote zijn echter dermate zwaar dat velen voor de kleinere kiezen. (Er zijn nergens liften in Yangshuo.)

Het monopolie voor de handel is door corrupte manipulaties in handen gekomen van een man, die voor zijn gas in wezen kan vragen wat hij wil. Hij doet dat echter zo, dat er niet te veel klachten komen, en beperkt zijn winstmarge tot ongeveer 25 procent. Net niet genoeg om zelf een fles uit Guilin te gaan halen, waar ze dus goedkoper zijn.

 * * *

kaartMet het oog op de feestelijkheden ga ik naar de kapper. Het etablissement heet: "United world Yangshuo barber saloon" Dit is nu weer een heerlijke gebeurtenis. In een niet al te grote ruimte staan wel 15 stoelen, deels voor spiegels, deels voor wastafels en deels gewoon zomaar in de ruimte. Kappers die even niet werkzaam zijn, zitten rijst te lebberen uit hun kommetjes.

Er heerst een kabaal van jewelste. Behalve een groot televisiescherm, waarop een voetbalwedstrijd van luid Chinees commentaar wordt voorzien, hebben de meeste stoelen hun eigen TV-scherm, met een van de overige 21 programma's. Omdat iedereen het goed wil horen, zet men de apparaten op zo-luid-mogelijk. Dit voorkomt trouwens sociale praatjes over het weer en de vacantie. ("Bent U nog weg geweest dokter Dekker?" vroeg kapper Quackx in Castricum mij altijd, ter inleiding op dat soort overbodige gesprekken. Nors zwijgen kan niet, want, ook al verwisselt hij je met iemand anders. Hij heeft tenslotte je kop in handen).

Een artistiek geklede jongen neemt mij te grazen. Hij hanteert razend snel de schaar en is binnen drie minuten klaar. Het is keurig gedaan, ik kan niet anders zeggen. Kan trouwens uberhaupt niets zeggen, door de herrie en doordat Zuurpruim het hoofdstukje "Bij de kapper" in het leerboek heeft overgeslagen. Na verwijderen van mijn voorschoot, is van opstaan nog geen sprake.

Ik had gelukkig al gezien hoe het andere klanten verging, anders was ik aardig geschrokken. Nu begint de massage. Er wordt niet gevraagd of je dat wel wil, maar de jongen slaat meteen vrij hardhandig toe. Terugslaan mag niet. Eerst wordt de nek, dan de schouderpartij bewerkt. Dit heet aangenaam te zijn en dient als zodanig te worden gewaardeerd. Ik vind het wat ver gaan als hij, op de maat van een toevallig op de TV gespeeld muziekje, mij met zijn ellebogen in de rug begint te stoten. Met een van pijn vertrokken gezicht en "Ho Ho!" op zijn Nederlands, kan ik hem er toe bewegen de behandeling te beÎindigen.

Achteraf moet ik toch toegeven dat mijn schouders lekker warm en "los" aanvoelden.                       KAARTJE YANGSHUO

De lessen verlopen nogal gladjes. In de festivalweek is er een cursus "kennismaken met Engels" door het instituut georganiseerd. Samen met een ander, een Amerikaan, moet ik deze week vullen. Een 8-tal tieners is hier door hun ouders (die het ook wel eens even rustig willen hebben) gestald. Zij slapen in de dormitory en zijn 's ochtends doodmoe van de nachtelijke escapades. Het teaching programma mogen we zelf bedenken. They should have fun, luidt de opdracht. Na uitgebreid voorstellen, neem (name), kumplom (come from) en mobilephone number (iedereen heeft hier zo'n ding) begin ik met "Aunt Maud". Voor wie het niet kent:

"I had just written to aunt Maud, who was on a trip abroad, when I heard she died of cramp. Just too late to safe the ....". Ik liet het ze eerst voorlezen, dan vertalen, dan de moeilijke woorden, dan raden naar het ontbrekende woord. Een jongen kwam dichtbij met "ink" en "paper", maar moest toegeven dat dat niet rijmde. Discussie over de aard van de liefde van de dichter voor zijn tante kwam na bekendmaking van "STAMP!" uitvoerig aan de orde.

 Nog even gepraat over "written" en andere veel-voorkomende onregelmatige werkwoorden. Verder borduur ik wat voort op wat me invalt en het uur is al weer om. Daarna samenzang. "There is a hole in my bucket" etc., dat ik bekend veronderstel en dat door de meisjes als Lisa en de boys als Henry wordt ingestudeerd voor de "bonte avond", a.s. vrijdag.

Het probleem met dit groepje is dat het kennisniveau uiteenloopt van nihil tot zeer goed. Stel je een klas voor waarbij de helft lagere school niveau heeft en een paar anderen 4 Havo. Je kunt degenen die helemaal niets begrijpen ook weer niet negeren. Dus dat zijn degenen die ik laat voorlezen wat ik op het bord schrijf, de uitspraak corrigerend. Ik schakel een hele goede student in om hun steeds - in het Chinees - bij te fluisteren waar het over gaat. Vanmorgen beroept de slechtste van het stel, die steeds wakker schrikt als ik zijn naam noem, zich op het vergeten van zijn bril. Dat betekent dat hij ook niet meer van het bord kan oplezen. Waar hij met zijn gedachten is, kan ik slechts gissen, maar af en toe glimlacht hij uit het ongerijmde.

 Het verkeer in de stad gaat nu langzamer, want het is veel drukker dan eerst. Eigenlijk kan je snel lopend alles bijhouden; behalve de motorguys dan. Het aanrijden van voetgangers lijkt uiterst strafbaar, want ik word bij het oversteken omzichtig behandeld. Nog liever stopt men, dan de kans te lopen mij aan te rijden. Prima!

 In deze festivalweek staan mijn Chinese lessen stil. Zuurpruim en haar dochterje (9) zijn aan het verhuizen, dus ik heb echt rust. Ik heb een boek gevonden - hier op het instituut - over het leven van Marie Antoinette in geromantiseerde vorm. Erg goed gedaan, in het Engels natuurlijk. (Achterin staat een stempel: "afgeschreven" en voorin: "Eigendom van het Kardinaal Alfrink College, Schagen" Het heeft volgens de sticker 21 gulden gekost en ziet er met harde kaft gloednieuw uit. Miraculeus hoe dat hier verzeild is geraakt !) Daarin lezende is mijn aandacht weer eens even bij heel andere dingen. Er is namelijk wel erg veel Chinees hier.

 In mijn flat is nu veel genormaliseerd. Bij de buitendeur wachten mijn sloffen, waarmee ik dan naar binnen ga tot mijn kamerdeur. Daar staan warme kous/pantoffels, waarmee ik in mijn kamer loop. Zo min mogelijk vuilverspreiding dus. Ik vroeg me trouwens af waarom er op de straten zoveel modder ligt. Je zou denken dat een fikse regenbui de rommel toch wel wegspoelt.

 Ja ja, dat zou zo zijn als de straat egaal glad was en in het midden een centimeter hoger dan aan de kanten. Maar er zijn talloze oneffenheden en ondiepe kuilen die vol troep blijven staan en de wegen lijken eerder hol dan bol. En bovendien wonen er hier vooral Chinezen. Waar ik verder nooit huisvuil heb zien ophalen, neem ik aan dat ze alles op straat kieperen. Zo koopt men bij de afhaalchinees van die schuimplastic bakjes met rijst en van alles. Die liggen na de middag bij tientallen op straat, deels leeggegeten. De inhoud wordt door het verkeer verdeeld en uitgesmeerd. Laatst stopte er een bus aan de halte, waaruit, toen de deur openging, drie half leeggegeten bakjes naar buiten werden gesmeten. Een en ander wordt 's avonds door een legertje schoonmakers (M/V) met takken van cocospalmen bij elkaar geveegd en in wagentjes gekieperd met behulp van gesteelde stoffers en blikken. Maar erg serieus nemen die hun taak niet. Daar waar auto's staan geparkeerd wordt natuurlijk niet geveegd. Er zijn ook stukken straat die - eerlijk is eerlijk - wel gewoon glad en dus droog en schoon zijn, zoals bijvoorbeeld hier voor het instituut aan de Pantao Lu (lu = straat, voor de weetgierigen). Het is trouwens niet meer zo erg koud, zo een graadje of 8-9 overdag, maar 's nachts nog 2-3. In de flat blijft het improviseren, maar met mijn electrische warmtedeken en Marie Antoinette is het heerlijk in bed.

 De oudejaarsavond gisteren viel bar tegen, een vuurwerkje van niks, maar wel met enkele uitzonderlijk harde knallen. Maar het geheel stelde niet veel meer voor dan het zomerse zaterdagavond-vuurwerkje in Egmond aan Zee. De Chinezen hebben blijkbaar vooral in eten en drank geinvesteerd. Om een uur of elf was alles afgelopen en was het in Weststreet weer business as usual. Wel wat meer mensen op straat zo laat. Ik zag, zegge en drukke, maar een tijgerslang: een slang van papier waarin lui verborgen zitten, die wat op en neer springen bij zeer luid tromgerommel. Het feestelijkste in Yangshuo is een kunstwerk, vervaardigd van een aantal ballonnen, van ik denk anderhalve meter doorsnede, die aan touwen zijn gefixeerd boven de markt en waaraan dus weer die lange rood en gouden stroken zijn bevestigd. Daarmee denkt men grote vreugde uit te stralen. Vanmorgen hangen ze er alweer troosteloos verregend bij. Veel winkels zijn dicht; men moet de roes uitslapen.

* * *

Rampspoed is zelden goed

Mijn theezeefje begint te roesten, een bagatel vergeleken met het waterkokertje dat nu zijn handvatje heeft verloren. Ik moet nu koffie maken met een sok als pannelap. Buiten blijft het regenen. Voorts kan ik de wasserij niet meer terugvinden waar ik een mooi "Landsend"-overhemd, en onderbroeken heb ingeleverd. Alle zaken hebben trendy namen en volgens mijn geheugen heette mijn wasserij de Universal Cool Profession Laundry. Deze bevond zich stellig aan de overzijde van Pantao Lu, niet ver van het instituut.

Ik loop de straat op en neer met mijn roze wasserij-bonnetje - mijn laatste houvast - en ga bij elke laundry proberen. Is het niet van hun, dan weten ze misschien wel waar ... etc. Maar nee hoor. Wantrouwend als ik ben, stel ik mij voor dat ze na het binnenkrijgen van mijn prachtige overhemd hebben besloten de zaak schielijk te liquideren en nu glimlachend zitten na te denken over hoe ze deze buit te gelde zullen maken. De meeste Chinese laundries zijn wel begaan met mijn lot. Maar de een heeft duidelijk blauwe bonnetjes, de andere witte. Er vormt zich een groepje betrokkenen die mijn roze bon vlijtig bestuderen. "Nei ku !!" ( onderbroeken), roept iemand, in de goede richting naar mij wijzend. Nu komt er een politieagent bij staan. Men heeft mij voor die lui gewaarschuwd. De corruptie druipt er af. Bij problemen wende men zich tot de speciale "touristpolice", die de naam heeft hulpvaardig te zijn. Deze man is echter ook vriendelijk, bestudeert mijn roze bon en begint dan in zijn walkie-talkie te praten. Na enige tijd schrijft hij een nummer op de bon en geeft hem mij terug. Het moet het huisnummer zijn van mijn laundry. Ik spoed mij erheen, en jawel hoor. Daar is het, alleen - onherkenbaar dus - afgesloten door een machtig rolluik. Morgen weer proberen.

Op nieuwjaarsdag krijg ik na de les bezoek van Nancy. Zij was de allereerste dag aan mij voorgesteld omdat ze Nederlands spreekt. "How are jij?" Ze heeft een tijd samengeleefd met een Zuidafrikaan, vandaar. Omdat ik Odar had gemaild het liefst bij een privepersoon of familie te worden ingekwartierd - mij dwingend tot Chinees spreken - heeft hij mij toen naar haar toegereden. Zij bewoont een boerderijtje met uitzicht op Moon Hill en ze voorziet in haar geringe behoeften door de kweek van pomelo's en de verhuur van fietsen en een kamer. Zij geeft mij haar visitekaartje. Je houdt het niet voor mogelijk, maar haar bedrijf heet "Fietsen met een lach". 

Ze kan dat, hard lachend, heel mooi uitspreken met veel extra ggggg aan het eind van de lach. Ik stel me een bedrijfje voor in Edam dat "Kaas eten met een lach" heet.

Maar goed, zij wil met me praten over morgen. Ze heeft vernomen dat er dan een bicycle-trip zou zijn vanuit het instituut, en ze zou graag zien dat wij niet alleen haar fietsen huurden, maar ook dat wij te harent - met uitzicht op Moon Hill - enkele pomelo's zouden nuttigen. Dat zou neerkomen op (ben 't vergeten, maar ze noemde de prijs) zoveel kwai. Zou ik Odar deze prachtige mogelijkheid onder zijn gewaardeerde aandacht willen brengen? Dit alles in redelijk half engels/afrikaans.

Ze begrijpt toch wel dat het hele plan - met of zonder lach - niet doorgaat als het blijft regenen?. Voor Nancy van minder belang. Ik zeg toe dat ik een en ander aan de orde zal stellen, maar kan niets beloven; wie ben ik tenslotte, zeg maar.

Ze aarzelt nog even en een tweede aap komt uit de mouw. Of ik wel shufu ben met mijn appartement? Zij heeft immers nog steeds haar prachtige kamer - met uitzicht op Moon Hill - niet verhuurd. Nu heb ik dat verblijf gezien. Het is een van glas opgetrokken serre waaraan enkele ruiten ontbreken. Dit is, bij navraag, om de rook van het walmende zaagselvuurtje af te voeren. Ik pieker er natuurlijk niet over weer te verhuizen en bovendien is het uitzicht op Moon Hill ook weer niet zo bijzonder, dat ik daar van de koude wil vernaggelen, met of zonder lach.

moonhill

 MOON HILL (maar dat dacht U al ! )

 * * *  

 De Li rivier komt ergens vanuit hartje China naar Hongkong gestroomd. Hongkong heet hier Xianggang, wat "geurige haven" beduidt. Ik neem aan dat men ten tijde van de naamgeving van andere geuren uitging dan die van vandaag.

Het stuk van de rivier tussen Guilin en Yangshuo is verreweg het mooist, omdat de rivier zich hier een weg baant door dat vreemde landschap van eivormige en min of meer puntige heuvels en bergen opreizend uit overigens vlak laagland. Als ik de foto's op de pui van het mooiste hotel ("Paradise") mag geloven, hebben Nixon, Clinton, hun Russische collega's, alsmede Giscard d'Estaing (zijn buitengewoon nobele trekken zijn door het vergeelde plastic nog goed herkenbaar), hier een pleziertochtje gemaakt. Dat kan ik aanraden.

Twee andere bekende personen, Christina en ikzelf, hebben dit tochtje ook gemaakt. Men is niet te beroerd om voor enkele kwais een visser te laten opvaren, die op zijn wankel scheepje d.m.v. een felle lamp en grote zwarte vogels, deze laatsten er toe brengt voor hem een aaltje te scholven.

De gevangen vissen moeten de vogels weer uitspugen in een mand, zodat de visser ze, eventueel met de zijnen, later kan nuttigen. Alleen de allerkleinste viskens mogen de vogels, na verwijdering van het elastiek om hun nek, voorgoed doorslikken. Zij schijnen in dit alles schik te hebben.

Als inleiding moge dit genoeg zijn. Gisteren gingen Peter Lee, de Amerikaanse Lao shi en ikzelf met de klas een hiking tour langs de rivier maken.

y

hiking

De dag tevoren regende het mij te hard om met een lach te kunnen fietsen, dus bleef ik thuis. Nu regende het niet. Het pad dat wij langs de rivier dienden te volgen, al hikend, was modderig en oneffen, met verraderlijke, losliggende steenbrokken en plastic wegwerpselen van vorige sportievelingen. Zonder wandelstok/paraplu was ik zeker ten val gekomen. De weg zou slechts 12 km lang zijn, maar door greppels en tal van andere hindernissen waren we na 3 uur nog pas op de helft. Ik was, voor het eerst in China, echt lekker doorgewarmd. Nu moesten we op bamboe vlotten plaatsnemen om af te drijven naar XingPing. Ik mocht zelf het vlot besturen, wat mij vlot afging. Doordat ik daarbij niet op de mooie bamboe stoel kon blijven zitten, maar achterop het vaartuig een losse roeispaan moest hanteren, kreeg ik al vlug natte schoenen als we weer es door een gemotoriseerde rondvaartboot werden ingehaald.

Bij iedere stroomversnelling nam de begeleider het weer van mij over, wat kapseizen voorkwam. Ik kreeg het nu weer bitter koud.

 

koud

Hier zie je hoe koud het was !

Kaart


 

 

 

 

Xingping (let op de spijskaart !, ziet dat er niet heerlijk uit ?)

Na enige tijd werden we aan de overkant afgezet en moesten we te natte voet verder. Eindelijk doodmoe te Xingping aangekomen, konden we wat vrachtwagenkip eten. (deze benaming is een vondst van Christina. De kip, cq. eend is namelijk tot twee dimensies teruggebracht om de bereiding tot xiang-su-ji cq. kao-ya te bespoedigen. Baktijd daarna slechts 10 minuten. De vogel wordt, na plukken, tussen twee planken gelegd en er wordt genadeloos op gehamerd. Hij/zij is dan heel plat met alle botten gebroken: "Vrachtwagenkip" De enige andere dieren die ik zo platgeslagen zag wachten op nadere toebereiding waren grote ratten, die hier nota bene "he lan lao shu" heten, wat "Hollandse rat" betekent. Misschien eeuwenher meegevaren met schepen van de VOC..? ) Daarna konden we ons in een busje wringen voor de terugweg. Deze busjes zijn op afmetingen van chinezen berekend en als blanke barbaar kan je je er daarom nauwlijks in bewegen.

VVlug naar bed om warm te wordenHet boek over Marie Antoinette is alweer uit. Het loopt slecht met haar af, maar dat laatste kon ze natuurlijk niet opschrijven. Thuis gekomen vlug naar bed. Ik heb Marie Antoinette uit. Haar eind heeft ze niet beschreven, dat kon ook moeilijk op de guilotine. Wel schrijft ze dat leven een grotere kunst is dan dood gaan; misschien in het Duits, want ze kwam uit Oostenrijk.

Midden in de nacht is er gedruis op straat. Normaliter is het dan stil. Ik knip het licht aan om te zien hoe laat het is. Nee dus. Geen stroom. Uncle Mo heeft het nu niet gedaan, want de hele straat is duister. Ik kruip maar weer in bed; het is zondag en ik hoef niets. Om 10 uur is het licht, maar nog geen stroom. Het is nu echt heel koud. Actie is geboden. Het gas doet het wel, dus eerst maar eens een douche genomen. De waterdruk is echter te laag om koudwaterbijmenging mogelijk te maken. Het water is dus te heet en ik moet kronkelen en dansen onder de straal. Zodra ik koud water toevoeg, slaat de geyser af. Dan maar te heet. Als ik op de grond ga zitten is het net te doen, als ik maar blijf bewegen. Het is duister in de douche. Dit is iets voor een lachfilm. Koud heb ik het in ieder geval niet. Ik scheer me op de tast, wat goed gaat. Ik kan de zeep vinden, niet het scheerschuim. Met Winston Churchill ben ik van mening dat gewone zeep net zo goed scheert als scheerzeep. Any way: genoeg gedouched en nu bliksemsnel aankleden. Dan koffie maken. Meestal beperk ik me 's ochtends tot koffie en fruit. Aan de Chinese rijstpapjes (congee) die vaag naar vis met knoflook smaken, kan ik mij, op de nuchtere maag, niet gewennen. Het waterkokertje doet niets zonder stroom, en ook de electrische rijstkoker niet. Maar er is gas!

Nu ben ik, toen ik, net in de flat, er nog over dacht de keuken schoon te kunnen krijgen, met de wok begonnen. Die is toen aardig schoon geworden. Ik doe er heet douchewater in en zet hem op de grote gasvlam. Melk in een kom, de Nescafe er bij en het geheel au bain Marie opwarmen (Eng.: double cooking, wat minder leuk is). Het werkt en de koffie is klaar binnen 3 minuten. Graag had ik wat koekjes bij de koffie. Deze zijn in overvloed, verkrijgbaar, maar onzichtbaar verpakt in prachtige, grote dozen, voorzien van de mooiste landschappen en pagodes. Door handig geplakte kartonstrookjes verkrijgt men in de doos vakjes, waarvan alleen het middelste met koekjes is gevuld. De koekjes zelf zijn ook nog eens uiterst luchtig en vaak smakeloos. Er is echter een bakker binnen loopafstand die een soort cocoskoeken bakt, die wel degelijk zichtbaar zijn verpakt in cellofaan. Heerlijk. Een prachtige chocoladereep van het merk Orchard (Suchard suggererend, denk ik, en daar veel op lijkend) wil in de mond niet goed smelten. Jammer, hij smaakt naar vaak gerecondenseerde melk. Niet echt slecht dus.

 Fruit is er in overvloed. Alles is keurig en kleurig verpakt. Appels zitten individueel in een netje van schuimplastic en dan weer in kleurige dozen verpakt. Daarop zijn vrolijke kinderen afgebeeld, die ballen en tollen dat het een lieve lust is, en verder duidelijk blij zijn. Of dat van appeltjes eten komt blijkt nergens uit. De vruchten worden ook wel in prachtige stapels opgetast en eindeloos geherrangschikt (of hergerangschikt, of herranggeschikt, wie 't weet mag 't zeggen). Dit brengt natuurlijk een aanzienlijke beduimeling met zich mee. door overduidelijk niet reine handen. Dus poets ik de vruchten met het nagelborsteltje onder veel warm water.  Ze zijn heerlijk! Ook de Japanse peren die knapperig, juicy en zoet zijn, kan ik niet laten liggen. Voor de pomelo's ben ik beducht. Onaangetast, in toto, nemen ze niet zo veel plek in. Maar OW als je met pellen begint. De stapel dikke schillen bedekt de tafel en wat overblijft is een madarijngrote witte vrucht. Die smaakt prima en zoet, maar is NIET sappig, en bestaat voor 50% uit eurogrote witte, platte pitten. Bananen zijn ook lekker, maar klein. Aardbeien zijn van de harde (Spaanse?) soort, maar veel beter van smaak. Dit alles voor enkele grijpstuivers.

Mijn ochtendwandeling wordt nu een middagwandeling. Dat komt door het uitslapen. Het heeft pijpestelen geregend vannacht, maar nu is het even droog. Ik moet wel om plassen heen lopen. Ik besluit langs de rivier te lopen, nu stroomopwaarts. Het pad wordt echter al gauw slecht. De bestrating varieert van veel keien met modder tot veel

modder met keien. Dan zijn daar ook nog de motorguys die hier overheen spurten en mijn mooie regenjas bespetten. Het is verstandiger maar vlug weer om te keren.

* * *

Het lijkt me niet meer nodig te melden dat het hier vaak regent. Vandaag bij de regen trouwens ook een onweer, zoals ik dat maar zelden heb meegemaakt. Yangshuo continu verlicht door bliksems aan alle kanten. Prettig dus in bed op de warmtedeken. Maar ik moet tenslotte gaan werken, dus toch de straat op, Chinezen trekken zich niet veel aan van het noodweer, alleen dragen ze nu de kinderen tot ze een jaar of 6 zijn. Normaal worden ze gedragen tot een jaar of 3. Soms worden ze onverhoeds van de ruggen geschud en boven de goot dubbelgevouwen, met de knietjes tegen het rompje, zeg maar. Automatisch gaat de broek dan vanachter open en zie je de witte kontjes. Reflexmatig wordt er ontlast. Het lijkt me erg koud, maar het verloopt schielijk en ik hoor geen gejammer.

Reclameborden met Engelse teksten zijn er legio maar heel vaak zitten er fouten in. Maar als ik - bijvoorbeeld - Frances van het Morning Sun Hotel er op attent maak dat "rooms with bah or showet" "rooms with bath or shower", moet zijn grijnst ze met de hand voor de mond en geeft toe dat het fout is; maar "Who cares? You undelstanda what I meana yes?" Ja, maar als Lao Shi wil ik er haar toch op head 10 yuan; 2. Cut beard 6 yuan. 3. Cut half head (!: is dit voor uiterst gehaasten of voor armlastigen die de volgende week terugkomen voor de andere helft?); 4. Taxi to Guilin 80 yuan; 5. Massage neck 4 yuan; 6. Masage shuolders 4 yuan; 7. Acupun 15 yuan; 8. cture and trip to warmwater cave 150 yuan; 9. Massaje whole body 1 yuan.

Dit laatste nu, lijkt me grof inconsequent. Ik kijk nauwkeurig of er geen cijfers in het ongerede zijn geraakt (je staat er versteld van wat zich daar allemaal bevindt !); 't is echt 1 yuan. De kapper/masseur komt blij naar buiten en meent dat mijn studie inhoudt dat ik een klant zal zijn. Hij spreek wat ik nu herken als "pre-basic" Engels. Maar hij begrijpt mijn vraag over het whole-body tarief niet. Een assistente snelt te hulp. Ze begrijpt me beter en roept: "No no, issa one minute". Ik denk dat ze toch vreemd zouden opkijken als ik naar binnen stap en "Qing, zhenge shenti, liang ge fen zhong!" zou bestellen. "Hele lichaam, twee minuten graag.

 

 Reclameborden met Engelse teksten zijn er legio maar heel vaak zitten er fouten in. Maar als ik - bijvoorbeeld - Frances van het Morning Sun Hotel er op attent maak dat "rooms with bah or showet" "rooms with bath or shower", moet zijn grijnst ze met de hand voor de mond en geeft toe dat het fout is; maar "Who cares? You undelstanda wha tI meana yes?" Ja, maar als Lao Shi wil ik er haar toch op wijzen dat het beter zou zijn zonder & etc. etc. 't Kan haar niets schelen. Maar als ik haar er op wijs dat aan de ene kant van het bord de kamerprijs 20 yuan minder is dan aan de andere kant, treedt ze resoluut op en verandert dat met een dikke rode viltstift.

De, met de ook in China gebruikelijke, wit-rood gestreepte zuil gemarkeerde kapperswinkel, waar ik voor sta heet "End of universe saloon".

Het bord waarop de behandelingen worden aangeprezen is weer te mooi om waar te zijn: "Enjoy!" staat er boven de drie kolommen. Links Chinees, de prijs in het midden en rechts Engels. De volgende mogelijkheden bestaan: 1. Cut head 10 yuan; 2. Cut beard 6 yuan. 3. Cut half head (!: is dit voor uiterst gehaasten of voor armlastigen die de volgende week terugkomen voor de andere helft?); 4. Taxi to Guilin 80 yuan; 5. Massage neck 4 yuan; 6. Masage shuolders 4 yuan; 7. Acupun 15 yuan; 8. cture and trip to warmwater cave 150 yuan; 9. Massaje whole body 1 yuan.

Dit laatste nu, lijkt me grof inconsequent. Ik kijk nauwkeurig of er geen cijfers in het ongerede zijn geraakt (je staat er versteld van wat zich daar allemaal bevindt !); 't is echt 1 yuan. De kapper/masseur komt blij naar buiten en meent dat mijn studie inhoudt dat ik een klant zal zijn. Hij spreek wat ik nu herken als "pre-basic" Engels. Maar hij begrijpt mijn vraag over het whole-body tarief niet. Een assistente snelt te hulp. Ze begrijpt me beter en roept: "No no, issa one minute". Ik denk dat ze toch vreemd zOouden opkijken als ik naar binnen stap en "Qing, zhenge shenti, liang ge fen zhong!" zou bestellen. "Hele lichaam, twee minuten graag." Ook op het visitekaartje van mijn vrind de brandwondenspecialist Dr. Mo staan veel fouten. 't Kan ook hem niets schelen! Maak niet de fout om, wanneer je zo'n kaartje wordt aangeboden, dat achteloos in je zak te steken.

 Men dient het langdurig, liefst een minuut lang, met twee handen vastgehouden, te bestuderen. Dr Mo ziet er afgetobd maar zeer tevreden uit. Hij toont me een aantal gruwelijke foto's van de laatste oogst, door de festiviteiten veroorzaakte verwondingen. Ontbreken er vingers, dan stuurt hij die patienten door naar Shenzhen. De foto's van herstelde ledematen en gezichten van na zijn vroegere ingrepen zijn indrukwekkend. In zijn winkel - door de dochter gedreven, zoals we ons herinneren - laat hij mij een collectie van eigen werk zien, schilderwerk nu. Sommige zijn echt schitterend. Trots toont hij mij ook een soort "Mao-orde", hiermede verworven.

Omdat ik echt enthousiast ben, mag ik er een uitzoeken - "to remembel him as a fliend". Ik hoef niets te betalen, maar dochter schiet toe en meent dat ze "the besta plice" zal moeten berekenen. Pa wuift haar weg. Ik verwonder me over het snelle ontstaan van zo'n vriendschap, die met gruwelijke schnaps moet worden beklonken. "Ganbei Ganbei, (glas droog), roept hij vrolijk. Om de dochter te plezieren koop ik van haar nog een kunstwerk voor haar "besta plice".

  * * *

( nog even volhouden of terug naar domein)

 

Het is koud en het regent. Na de stortbuien van gisteren stelt dit niets voor. Gewone regen.

koudenregenOok lijken de straten iets schoner. Op de markt sta ik weer eens geboeid te kijken naar de aanvoer van de koopwaar. Als ik vrij associÎrend op Portielje mag terugvallen, is dit een Mangoest, een soort halfaap, die naar mijn beste weten helemaal niet voorkomt in China. Maar ja, ik ben er al aan gewend dat hier schijnbaar alles mogelijk is. Met een driewieler wordt het dier, in een kooi, naar de markt gereden.

Nu lijkt het aanbod van een stuks mangoest niet groot, maar er vormt zich toch snel een groepje belangstellenden omheen. "Yisterdai", zegt een Australier tegen mij, "I saw this man in Guilin!". Ik realiseer me dat het baasje vandaag dus al 85 km moet hebben gefietst om hier zijn dier aan de man te brengen. Aan een medetoeschouwer vraag ik of dit beest nu echt wel zo haochile (lekker) is. De eigenaar mengt zich in het gesprek en zegt, wat beledigd, dat dit dier met zijn bruingroene rug en gele buik, niet is om te eten. Nog niet, denk ik.

Je mag er alleen naar kijken, en aankomen niet (zoals het carnavalsliedje zegt). Of toch? Jawel, de moeder van een dreinend 8 a 9 jarig jongetje betaalt blindelings een jiao (0,9 eurocent), waarvoor het ettertje de mangoest even op de armpje mag houden. Het beestje heeft een van riet gevlochten muilkorfje op zijn snuitje, maar de nageltjes zijn blijkbaar scherp, want het kind wil hem meteen weer kwijt. Daar gaat je jiao, denk ik, de ontevreden moeder meelevend aankijkend. Onder grote publieke bijval grist het diertje nog snel het brilletje van 's knaapjens neus. Het loop met een sisser af. Meerdere Chinezen willen met het dier op de polaroidfoto. Ik niet.

's Avonds eet ik nog wel eens een soort sate-spiesjes, die voor je neus worden gefriteerd. Het is een sport om te raden wat je eet. Sommige bestanddelen zijn qua vorm herkenbaar, andere weer qua smaak. Omdat alles door en door gebraden is, durf ik het aan. Er is worst, lever, niertjes, darmpjes (die sierlijk om het stokje worden gedrapeerd), kippenpootjes, geÎmpaleerde visjes, mini-inktvisjes en andere fruits de mer

Erg lekker zijn de twee-weekse kuikentjes. He ? Wat ? Zielig ? Als je diertjes als ei eet, kraait er geen haan naar, en met 10 weken liggen ze al, in de schappen bij de C1000. In de legbatterijen hebben ze acht weken langer geleden dan die drie hier op mijn stokje. Heerlijk met gembersaus. Ik loop nu een bepaalde route door het centrum voor ik naar de flat terug ga. Na de markt ga ik naar de laundry van Xiu tai tai. Spreek uit sijoe taaitaai. Taaitaai betekent mevrouw, het woord zegt het al. Door de modder, moet ik haar vaak met vieze broeken bezoeken en heeft ze een goed klant aan mij. Nu ze merkt dat ik bij haar terug blijf komen, verlaagt ze haar prijzen. In plaats van 90 eurocent per stoming betaal ik nu nog maar 8 yuan (72 eurocent). Ze wil daarvoor wel een beetje Engelse les, maar ze houdt het keurig en wil niet weten hoe een BH heet.

Daarna bezoek ik de werkplaats van - inmiddels - mijn vriend de schrijnwerker. Met eindeloos geduld en voorzien van talloze mesjes en bijteltjes werkt hij schrijn. Hij was, toen ik 3 weken geleden aankwam, net begonnen aan een ronde schijf hout, zeg maar 10 cm dik en met een middenlijn van wel 60 cm. Hij moet een precies plan in zijn hoofd hebben gehad, maar op het hout zie ik geen vakverdeling en ook een werktekening ontbreekt. Hij lijkt ad random, zeggen wij wetenschappers, controled, maar niet double-blind, te schrijnwerken en hij steekt de beiteltjes op steeds wisselende plaatsen in het hout. Het is uiterst boeiend hem te zien werken. Na een week komt er tekening in het geheel. In het midden komt een grote draak uit het hout te voorschijn, omgeven door vlammen, andere beestachtigheden en planten. Gisteren was het af. Onvoorstelbaar fraai en subtiel. Een must, zeg maar, als je van houten draken houdt. 

Als onderzetter is-ie onbruikbaar, maar ergens ophangen of neerleggen lijkt me goed te doen. Geschuurd, maar ongelakt, is de prijs 1000 yuan. Ik acht dat te begrotelijk. Kom nou ! dat is 90 euro! Goed beschouwd is dat toch niet veel voor 3 weken schrijnwerken, zo'n 10 uur per dag. In wezen is het een hongerloon: maar 36 eurocent per uur. Christina zou zeggen: "Dan had-ie maar geen Chinees moeten worden".

Dan naar mijn muzikant, die in plasticfolie gehuld op straat zit en, ook double-blind (aan beide ogen), een soort knieviooltje bespeelt. Hij is muzikaal geschoold, dat hoor je zo. Hij speelt niet die jankerige Chinese liedjes, waarvoor alleen de zwarte toetsen van de piano nodig zijn, en die op de viool klinken, alsof de uitvoerend artiest net met de voorhuid tussen zijn rits is knelgeraakt.

Deze man heeft geen rits en speelt ook in de regen gewoon door. Ik stel me achter hem op onder mijn plu, zodat het ook voor hem plotseling ophoudt met regenen. Dit is voor hem het sein dat die rare waiguoren (buitenlander) er weer is. Hij lacht en verzamelt snel de muntjes die ik in zijn bakje heb gedaan. Hij streelt even mijn benen en speelt dan zo vlug mogelijk weer zijn aardige melodietjes. Dit is aandoenlijk. Dan ga ik er weer vandoor, want ik krijg voor het slapen gaan nog een kroesje thee bij collega Mo, de brandwonden-artist.

 * * *

Voor het eerst zie ik vandaag in YangShuo ook de toppen van de heuvels. Ik had er niet meer op durven hopen. Het is nog wel bewolkt, maar er is geen mist of nevel meer. Zou het echt wel eens mooi weer zijn hier ? Om meer te weten te komen over mijn woonplaats heb ik de Lonely Planet Gids maar eens geraadpleegd. Verbijstering was mijn deel. Er wonen hier maar liefst 350.000 mensen! Waar?? Ik kan in dik twee uur om Yangshuo heenlopen, behalve dan daar, waar de lintbebouwing richting Guilin zich kilometers ver uitstrekt. Ik schatte de stad aanvankelijk ongeveer zo groot als Castricum. Bij navraag blijken er natuurlijk veel meer mensen per wooneenheid te zijn dan bij ons gebruikelijk. In een appartement als het mijne huizen normaliter een Chinees of 14. Ik vertoef meestal in het centrum, rondom de markt, het busstation en Weststreet. Bussen en taxi's rijden af en aan. Daar zijn, naast de al bekende motorguys (ik zag ook twee motor-dolls in dikke, ijzersterke  lederen jakjes gehuld, waaraan ongeveer onder de oksels, onkeurige betasting voorkomend, heuse handvaten zitten genaaid).

Verder gemotoriseerde driewielers voor maximaal 3 personen, open electrische (!) taxi's die er uitzien als uit de kracht gegroeide golfkarretjes. Hierop staan vijf banken waarop elk weer 4 a 5 plaatsen zijn. Verder dichte taxi's en bussen, van armetierige rammelkasten tot uiterst luxueuze sleeperbussen met vliegtuigstoelen er in. Behalve bij de vaste haltes kan je alles ook tot stoppen manen door flink te schreeuwen en/of te zwaaien.

 Maar goed, op dit vrij kleine oppervlak wonen dus al die mensen, plus een 60-tal (150 tot 400 meter hoge) heuvels van de nu bekend veronderstelde vorm. Lonely Planet meldt dat deze in het tertiair zijn gevormd en bestaan uit graniet en kalksteen. Dit wil ik maar al te graag geloven. De stad, dat moet ik nu wel zeggen, is op volstrekt glad terrein gebouwd, maar heeft deze enorme bulten. Doorsneden door twee takken van de Li-rivier, is het een eeuwenoude handelsplaats (zegt Lonely Planet). Er zijn buurten waar ik niet kom. Het zijn sloppen achter de rivier, waar toch een soort lage Bijlmer is, en alles veel dichter op elkaar is gebouwd. De wegen waren er, de enige keer dat ik ging kijken, opgetast met cementzakken, bouwmateriaal en huisraad. En vuilnis. En schurftige honden (kennelijk te vies om op te eten). In alle buurten waar nog gebouwd wordt, is bestrating afwezig. Die doen ze het allerlaatst. Zo gek nog niet, als je bedenkt hoe vaak de nieuwe straten in onze westerse woonwijken telkenmale weer moeten worden opengebroken voor reparaties aan riool, veranderingen in het aardgasnet, het leggen van telefoonleidingen, etc. Omdat de bouw soms een paar jaar stilligt, blijven de toekomstige straten, wel al hevig door verkeer benut, al die tijd onaf en vol kuilen met water. Poelen des verderfs, zeg maar.

In YangShuo is geen station, en ook geen tram. Er is geen bioscoop, maar wel een cafe waarin dvd's worden vertoond. Er zijn geen musea, en geen voor mij waarneembare, culturele instellingen. Wel zeker tien disco's met wisselende reputatie. Er is als eerder vermeld een buitenzwembad bij het sportcomplex en een, in de rivier, middels touwen drijvend aan kurken, uitgezette badgelegenheid. Er zijn daar twee kleedhokjes, wat me niet overdreven lijkt voor 350.000 personen. Zie verder Lonely Planet maar. De Li-rivier is door de aanhoudende regen behoorlijk gezwollen.

Men spreekt er nog over dat twee jaar geleden de rivier hier een heel stuk van YangShuo onder water heeft gezet. En nu lijkt hij steeds verder te zwellen. Ik mag hopen dat-ie gauw uitgezwollen is. Als je niet omhoog kijkt, zou het trouwens best de Rijn bij Pannerden kunnen zijn.

Dr Mo nam mij mee naar een dorpje wat verder op; naam in het donker niet te lezen. Hij heeft het wel gezegd, maar misschien raakt mijn harde schijf toch vol. Daar is wat bijzonders te eten, en daar ben ik natuurlijk voor in. Het is een eetcafÈ, waarin luidruchtige buitenlui. Ze hebben een andere klederdracht dan de doorsnee Yangshuo-burgers. Het zijn bastaard-Miao, zegt Mo. Vooral de vrouwen dragen kleurige jakjes en een ander soort haartoestanden. Er lopen veel biggetjes rond. Dat zou je ook met oren en ogen dicht kunnen waarnemen.

Er is hier een bijzonder soort worst te eten. Mo is daar een liefhebber van. De procedure wordt me uitgelegd: de biggen worden goed gevoed tot het moment dat het "proces" begint. Big (m/v) krijgt plotseling een paar dagen niets meer te eten en alleen zout water te drinken. Wanneer hij niets meer uitwerpt, wat zoals dadelijk zal blijken, belangrijk is, krijgt hij een feestmaal aangeboden, bestaande uit mais, uien, kippenvlees, gehakt, rijst en een heerlijk kruidenmengsel. Big weet niet dat het zijn galgenmaal is. Een dagje of twee later wordt hij/zij om zeep geholpen en bindt men zijn/haar darm, wel een meter of 10, aan begin en eind af. Deze wordt gekookt en daarna gebakken. Hoe verder op in de darm, hoe beter de inhoud is gefermenteerd, zegt Mo, en deste zaliger. Ik wil niet kinderachtig zijn en proef een stukje. Bu cuo (niet slecht), zeg ik, maar hoef toch niet meer. Hij eet graag mijn portie ook op.

 

 

 

 

BOOTTOCHT OP DE LI-RIVIER TIJDENS DE HIKING EXPEDITIE.

 

Nancy, van fietsen met een lach, tref ik op de markt, als ik net weer bij mijn mevrouwtje van de veelsoortige satÈ-stokjes sta. Ik heb voor kleine niertjes gekozen. Acht op een stokje. Ik krijg niet uit haar, van wat voor beesten -minstens 4 - ze zijn geweest. Ze spreekt een dialect waarbij ze zelfs niet eens goed Ni Hao kan zeggen, maar er Niiiaaaa van maakt, met een uithaal. Haar zaakje heeft veel klandizie (wat me gerust stelt), maar geen naam. Nancy helpt me bij de communicatie. Ik denk dat het voor de Nederlandse toeristen grappig moet zijn als ze haar nering "Alle gekheid op een stokje" noemt.

 ( nog even volhouden of terug naar domein)

* * * 

Chinese kinderen zien er minder hetzelfde uit dan volwassenen. Geleidelijk groeien ze naar eenvormigheid denk ik; of kijk ik beter naar kinderen?. Gisteravond, op weg naar huis voor de avondronde, de houten draak toch maar niet gekocht; een foto ervan is a. veel goedkoper en b. gemakkelijker mee te nemen.

Toen werd ik dus staande gehouden door een drietal Chinese kinderen van ik schatte een jaar of 11-12. Ze hadden groezelige papiertjes en pennen in de handen. "Hello sir, we have a question for you." "An easy one, I hope", zei ik. Dat gaf al wat gegniffel. "Yessa, of coursa! Please sir, what isa your name, writa here." Ik boog me over het papiertje en schreef mijn naam er in Chinese karakters op. "No No No, your Englisha name!" Toen ik die braaf op drie schriftjes had gezet, kwam er plotseling nog een heel stel aandraven. "What issa your favorate asporta?" Enfin, ik vermoedde dat het eind nog niet in zicht was en nam plaats op het terras van het "Seventh heaven Cafe".

7th heaven

Daar nodigde ik de hele zwerm uit en bestelde thee voor mezelf (koude handen) en cola (hier kekekuhluh geheten) voor de kinderen. Zij kwamen allemaal uit dezelfde klas. Ze zaten daarin met 61 leerlingen. Dat is nog eens wat anders dan de 30 waartegen bij ons al jaren wordt geprotesteerd. Ze vroegen me het hemd van mijn lijf: huisdieren, waar Holland was, hoeveel kinderen ik had (het leek me politiek beter me er maar 3 te herinneren), e.d. We hadden steeds dolle pret, vooral als ik iets in het Chinees zei, wat zij dan nabouwden en gierend van de pret over mijn foute uitspraak van hun krukjes vielen. Ik moest het woord, dat zij dan met de goede toon voorzegden, herhalen, "five times" zoals hier op de scholen gebruikelijk is.

Recht tegenover mij zat een meiske van een jaar of tien (ik val sowieso al op Chinese kinderen, maar dit was helemaal een betoverend schatje), dat tot mijn verbazing prachtige Engelse volzinnen kon produceren met een perfecte uitspraak. Ik vroeg haar of ze thuis Engels sprak met iemand, maar dat was niet zo. Ze keek alleen iedere ochtend naar een Engels kinderprogramma op de TV. Zij had zich binnen de groep - tot ieders tevredenheid - al vlug als tolk opgeworpen. Hoe ik de Peking Opera vond? Ik probeerde een stukje te zingen, zoals mij dat van de TV was bijgebleven - iedere avond raak- , met veel hoog gepiep en stembuigingen.

Dolle pret. Mensen bleven voor het terras staan en er werden nu ook druk foto's gemaakt. Er bleek aan de overkant van de straat trouwens ook een chaperonnerende leraar te staan, die ook glunderend foto's maakte. Na een tijdje werden ze brutaler (wat ik prima vond).

 Een grietje dat naast mij zat blokkeerde expres steeds mijn blikveld als ik achter haar langs met een ander, een eindje verderop, wilde praten. Schoof ik dan naar voren om vÛÛr haar langs te kijken, dan schoof zij ook snel naar voren. Ik protesteerde daar natuurlijk heftig tegen en schoof haar een heel eind naar achter. Groot succes! Na een uurtje had het me lang genoeg geduurd. Ik had eigenljk wel een zaterdagochtendje op hun school les willen geven, maar kwam daar te laat op. Toen ik opstond, gingen er een aantal aan mijn schouders hangen, ik mocht niet weg. Een verrukkelijke avond.

   * * *

 Er zijn drie chinese "English teachers" aan mijn advanced group toegevoegd; ongevraagd en onaangekondigd zitten ze luid Chinees te praten als ik de klas binnenkom. Dit is een doodzonde. Er wordt in dit gebouw alleen Engels gesproken. Odar's vader is overleden en dus is hij (Odar) onbereikbaar. De assistent - mr Wonderful - zegt achteraf getracht te hebben mij te bereiken, maar goed, wat kan een mens ...

Deze drie, zeer volwassenen, willen graag een indruk hebben van dit soort onderwijs en delen mee de hele week te zullen blijven. Daar sta ik midden in mijn Shakespeare week. We waren klaar met "Friends, Romans, countrymen!" (uit Julius Caesar). Dat had ik voor mijn eindexamen uit mijn hoofd geleerd, evenals trouwens wat daarna komt: " I've come to bury Caesar, not to praise him"; "the evil that men do, etc etc." Daar had ik blijkbaar zoveel eer mee ingelegen, dat Odar mij deze drie weinig vlotte Chinezen in de maag splitste. Er was ÈÈn dame bij, die, nee, echt een dame, die voortreffelijk Engels sprak (zeker zo goed als ik, dus dat was uitkijken geblazen). Dan was er een dikke vijftiger. Die zie je niet zo veel hier, ik bedoel dik, vijftigers zat. Hij had die typische kikkerkop, zonder profiel, die je hier af en toe ziet. In gedachten noemde ik hem Ljagushka, wat alleen Russen begrijpen. Dan was er tenslotte een gewone Chinees, op wiens gezicht zich van het begin af aan een groot vraagteken aftekende. Wat ik ook zei, hij begreep het niet. Negeren dacht ik, niet op letten; laten we het leuk houden. Niet begrijpen? OK dan maar niet, jammer. Maar hoe zo iemand zelf Engelse les moet geven .....? Aan het eind van de vorige les had ik sonnet XVIII uitgedeeld, voor mij een kat in het bakkie, want ik had dat ook al besproken in de festivalgroep.

Maar terzake: na de helaas noodzakelijke introducties, name, cumplom, nam Ljagoesjka meteen het woord. Hij was een beetje hees, en had dat mij in het engels willen zeggen

 Derhalve had hij in zijn taalcomputertje "hees" opgezocht: "hoarse"! Nu, dat was vreemd, want dat betekende toch paard, nietwaar dr Joeri? (wat valserige glimlach ...)

"Jazeker", sprak ik met een bijna neerbuigend lachje, "maaaaarrrrr dat schrijf je horse, zonder a. Als je wilt zeggen: Ik ben een klein paard, dan is dat: "I am a little horse", "but", voegde ik er grijnzend aan toe, "be sure nobody will believe you"! (want je bent geen paard, maar een kikker !). Dat trof doel en hij bond in. Ik zei: "Er is wel degelijk gradueel verschil in uitspraak, alhoewel weinig, en gelegen in de r. Bij paard is die bepaaldelijk, (zou Luns zeggen) iets meer geprononceerd dan bij hees". Dit sloeg niet aan, want een r is sowieso al een groot probleem.

 * * *

's Avonds bij de markt zit ik bij mijn "alle gekheid op een stokje"-tentje als zich daar ook drie andere aziaten vervoegen. Het blijken Japanners, die je hier overigens niet zoveel ziet, want ze worden, door de beugel genomen, gehaat. (iedereen kent de geschiedenis van de "Nanjing Massacre").

Ze buigen naar me, en nemen waardig plaats aan mijn tafeltje, want er is maar één. Ze spreken Japans met elkaar, wat ik verifieer door hun cumplom te vragen. Mevrouw spreekt waratje Frans, want ze heeft een lundi bleu te Parijs gestudeerd. Aardige lui, echt waar; waren er ook niet bij in Nanjing. Ze bestellen een banaan en zijn verrast als ze die gefrituurd krijgen met een knapperig korstje. Overigens heel lekker. Met veel heen en weer gebuig nemen we afscheid. Ze gaan naar Taiwan, waar de bananen lekkerder zijn, zegt mevrouw, plus dÈlicieux.

* * *

Voor wie van zulk soort plaatsen houdt is Yangshuo (YS) eigenlijk erg aardig. Alhoewel ik al veel bike- and hiketourtjes heb ik afgewimpeld, ontkom ik er nu niet meer aan. Het is droog en de studenten hebben al een fiets voor mij klaar staan. Gisteren was het lente, 20 graden; vandaag is het weer winter, 4 ý 5 graden. Mijn broeder Wim kan boeiend uitleggen hoe dat kan. Het heeft te maken met de temperatuurgradiÎnt over China. Van noord naar zuid van -40 tot +30 graden. Ik zwalk ergens in het midden. Het blijft vreemd dat het zo kil is, want YangShuo ligt nog zuidelijker dan de Canarische eilanden.

 Bij de gehuurde fiets hoort een paar witte katoenen handschoentjes. Vooruit dan maar. De trip gaat, wie had dat gedacht, naar Moon Hill. Iedereen heeft in het leven iets te verkopen, meldde destijds Robert L. Stevenson (1850-1894). Hier verkoopt men "the Scenery" en vooral "Moon Hill". Van veraf is het een berg met een gat erin in de vorm van een halve maan, liggend op de platte kant. Ik heb nooit de wens gekoesterd dichterbij te komen, maar vooruit, het is een aardig tochtje. Een rijstveldje hier, een sinaasappel plantage daar. Karbouwen zwoegend door de sawah's, die hier vast anders heten. Pomelo's galore.

De bizarre heuvels hebben allemaal een fantasienaam. Daarin zijn de Chinezen sterk. Ik zie er niets in, alleen maar vreemde heuvels, maar ZP (Zuurpruim) wil, naast mij fietsend, mijn voorstellingsvermogen testen. Erg vervelend en storend. Ze heeft de route-beschrijving erbij en meldt: "look, that's a pinguin" en weer andere zijn de dansende schildpad, "ba Ma" (8 paarden) en "de tijger klaar voor de sprong". Ik zie alleen heuvels, geen paarden, laat staan acht, geen schildpad; nada, niente. ZP blijft maar zeuren. Wijzend op een rotsformatie met veel grotten en kloven, wil zij weten waaraan die mij doet denken. Aan "the female genitals", raad ik vals. Ze bloost en gaat er gewond van door, demarrerend (heet dat, geloof ik, in de wielersport).

Terzijde: ik las ooit dat mannen gemiddeld elke veertien minuten aan sex denken. Als dat waar is, lijkt het duidelijk waarom we nog niet zijn uitge-storven. Om eerlijk te zijn, veel doet mij eraan denken, maar ik heb nooit precies de tijd opgenomen.

Na een uurtje zijn we dan bij Moon Hill. Van dichtbij inderdaad majestueus ..., maar, en daar was ik al bang voor, de studenten willen dat we naar boven hiken. "Only 840 steps" zegt een opdringerig verkoopstertje, dat niet alleen Moon Hill, maar ook mangosap verkoopt. "All Holland people like mangojuice", kraait ze verheugd; en, is dat nu niet toevallig? Dat heeft zij bij zich ! In de hoop wat aan mij te slijten, gaat ze mee naar boven, alle 840 traptreden. Bij 500 ben ik echt kapot; de studenten dartelen voor ons uit. ZP dringt aan op een pauze. Vooruit dan maar; het is tijd voor mangosap. Het begint nu weer zachtjes te regenen. De treden worden glad. Uiteindelijk bevind ik mij dan toch in de maanvormige opening. Uitzicht is er nauwelijks, want het is nevelig.

Maar het dak, de ronde kant van de halve maan, ik schat wel 50 meter boven me, houdt me droog. "What about another mango juice?" zegt ZP. Quod non. De studenten juichen me toe als ik boven uitpuf. Er moeten meteen weer foto's gemaakt worden. Uiteindelijk ben ik dus toch wel tevreden. Op eventuele volgende bergtoppen (Matterhorn, Everest, ed ) laat ik me met een heteluchtballon afzetten.

( nog even volhouden of terug naar domein)

* * * 

Op de terugtocht stop ik op een lokaal marktje. Achter een stapel, zelf bij elkaar gebreeën slofjes zit een vrouwtje. Ze lijkt me voorraad te hebben voor de rest van haar leven; haar handel is flauw, zoals de beursterm luidt. Ze laat me haar waar keuren. Wil ik niet "yi ge" (eentje) afnemen? Ik maak mijn eerste Chinese grap als ik zeg dat ik denk dat "liang ge" (twee) gemakkelijker loopt. Een ketellapper lapt tegen heug en meug ketel. Het is druk bij hem, want veel mensen hebben kapotte ketels te lappen.

Hij klopt nieuwe bodems uit staalplaat in een mal met bliksemsnelle hamerslagen. Uit een rol staalplaat knipt hij dan de gewenste pan- of ketelhoogte. Ook een eventuele bovenkant komt uit een mal. Met het oog van de meester knipt hij de staalplaat op maat, hier een milimetertje, daar wat minder. Even later past het precies. De man soldeert dan alles aan elkaar vast met een vlammenwerpertje. Ik vraag me af of dat niet weer smelten zal op een vuurtje.

Alles wordt gerepareerd en recycled. Een oud bureautje wordt voorzien van een computerlaadje voor een toetsenbord. Gaten en scheuren worden opgevuld met kunsthout of iets dergelijks en het geheel mooi opgewreven met was. Ziet er echt prachtig uit. Bij de etenswaren word ik geboeid door een stalletje met wortels. Wortels in allerlei kleuren en van allerlei soorten gewassen. Er zijn ook houtachtige bij, sommige met prachtige vormen. Medicijnen? Deze nering wordt slecht bezocht.

Enkele vrouwen zitten achter een kleedje, waarop symbolen staan en waar ze met een spiegeltje en een handje knikkers de toekomst kunnen voorspellen. Uitsluitend vrouwen maken van deze diensten gebruik. Mannen nemen niet aan het geheel deel; zij zitten te eten en te kaarten. Enkelen spelen MahJong en hebben veel plezier. De vrouwen werken, zij niet.

 Thuis gekomen, wacht Odar's broer op mij. Hij wil een consult. Ik voel er niet veel voor, want ik ben hier onbevoegd, zij het niet onbekwaam. Broer is erg aardig en wil niet naar een Chinese dokter. Hij heeft een kwaaltje waarmee hij niet te koop wil lopen (een handel die trouwens gedoemd is te mislukken). Hij heeft een beginnende Spaanse kraag. Goed schoonmaken doet pijn. Dan desinfecteren met betadine jodium (ik heb dat alles bij me, door de goede zorgen van Christina, die ook arts is) en insmeren met aureomycine oogzalf, 2 x daags. De volgende dag ziet het er al beter uit

 * * *

Who knows, does; who does not know, teaches! (G.B.Shaw.)

Voorbereidingen tot vertrek nopen tot reflectie en samenvatten. Eerst nog even enkele correcties:

1). De pomelo's worden wel degelijk terecht verbouwd. Ik was er erg kritisch over, omdat mijn eerste exemplaar voornamelijk veel troep opleverde en weinig te genieten.

Nancy, echter, die met een lach ook pomelo's kweekt, gaf mij een exemplaar dat zij ook zelf geschild had. De laatste vellen kon ik er gelukkig zelf, met schone handjes af halen. Wat overbleef was daarna grapefruitgroot, sappig en met normale, zij het veel, pitten. Smaakt niet grapefruit bitterachtig, maar heel bijzonder lekker, eerder mandarijn-achtig. Gerehabiliteerd dus.

2). Die grote viskoppen, die bij opbod werden verkocht voor het festival ... daar heb ik er nu heel veel meer van gezien. Niet zo groot, maar toch wel 20 cm lang. Odar zegt dat ze verkocht worden om soep van te koken. Hersenen en wangen zijn een delicatesse. Slang kan je overal eten; niet echt prettig. Het smaakt naar de saus, net als escargots. Het slangevlees is geleiachtig met weinig structuur. Geen must dus.

 * * *

Het wemelt in Yangshuo (YS) van de reisburo's. Concurrentie is fel. "We do not travl to fake cave!", "Only oficial trip to general cave, visit by luxurybus. 300 yuan whole day (het maandsalaris van een dienster van 8 tot 24 uur, 6 dagen per week), 200 yuan halfday. "Warm water cave, nice in winter". Doe dan maar die hele dag; niet dan?

Ik ga binnen bij de "universal paradise global travel agency" (alle woorden goed gespeld, dat wekt vertrouwen). Op 4 maart wil ik per vliegtuig van Guilin naar Xianggang, want de 13 uur durende reis, per luxury sleeperbus hierheen, zit mij nog in de botten. Dat kan, er wordt meteen officieel en professioneel in de computer gekeken. Er zijn waratje twee dagelijke vluchten, 's ochtends en 's middags. "No plobalem, no plobalem".

Ik kies voor de middagvlucht die beter aansluit op de vlucht van 23 uur naar Londen. De prijs.., ze aarzelt wat, de prijs zal ongeveer (ze blijft er, ook na veel getik op de zakjapanner, wat vaag over) toch wel.., ik denk toch wel bijna..., - ze bekijkt me nog eens van kop tot teen - minimaal..., een duizendje of twee bedragen. Een duizendje of twee? Ik was verbaasd. Mede-teachers hadden net een retourtje naar Macao geregeld voor maar 700 yuan! Ik zei dus dat het erg veel was. Jawel, dat vond ze eigenlijk ook, maar de "airportataxa" hË, die was erg hoog! Ze ried me aan over een weekje terug te komen, dan was het tarief wellicht lager ... Ja, dacht ik, maar "hetta vliegtuig volgeboekta" ! Samen met mr. Wonderful (heet eigenlijk Wo Dafu), de assistent-manager, van het college, zal ik morgen nog eens ergens anders proberen.

Ik maak een soort afscheidsrondje, met al groeiend heimwee. De schrijnwerker wijst naar de muur, waar de houten draak onverkocht pronkt. Ik vertel hem dat ik terug ga naar huis. Holland zegt hem niets. XiangGang (Hongkong) wel eens van gehoord. Hij is nu met een zoetig bloemstukje bezig, uit hout vervaardigd uiteraard. Een prul. Hij biedt me de fantastische draak nu aan voor 980 yuan. Dit geboden voordeeltje van 1 euro 80 doet me niet van gedachten veranderen. De foto is goed gelukt en de draak overstijgt de capaciteit van ons huis. Nergens meer lege muur.

"Doubleblind", mijn trouwe blinde muzikant, is er voor het eerst niet. Zeker door mijn aanhoudende sponsoring - hij kreeg aan het eind van de dag altijd mijn muntjes - eindelijk eens een weekje naar Mallorca afgereisd, of de Aziatische variant daarvan. Het afscheid van dr Mo verloopt wat ongelukkig. Als ik me op het normale tijdstip meld voor de thee, heeft hij net een maaltijd aangericht met een paar vrienden. Nu had ik pas wat gegeten bij "alle gekheid etc", dus viel het voor mij niet goed. Maar ik kon niet weigeren. De vrienden hadden dolle pret. Ze richtten zich herhaaldelijk tot mij, maar ik begreep meestal niet waarover het ging. "Besta Plice", Mo's dochter, gaf na een tijdje het vertalen op. Zij schenkt mij, geheel gratis(!), de punt van een karbouwhoorn, hier gebruikt voor massage.

nog even volhouden of terug naar domein

Ik betoon me dankbaar, al lijkt een zorgzame vrouwenhand - desnoods van Besta Plice -, mij toch nog aangenamer dan een karbouwhoorn tussen je ribben. Grosso modo zijn de Chinezen aardige lui. Ik was eigenlijk nogal superieur voorgeprogrammeeerd door de pinda-Chinezen in m'n jeugd ("pinda lekka") bij de Cineac op het Damrak en de - toen nog - obscure etablissementen in de Binnen Bantammerstraat. Ik ben daar van genezen. Ik erger me nu aan de toeristen die met een arrogante en superieure glimlach het leventje hier aanzien. Wat ik zie en meemaak zijn ijverige, leergierige, hoffelijke en behulpzame mensen. Althans, de criminele, vadsige, stupide en onbeschofte Chinezen onttrekken zich aan mijn waarneming.

Als ik me met te verzenden spullen op het postkantoor meld (open van 8 tot 21 uur, ook op zondagen), word ik behulpzaam benaderd. Men haast zich verpakkingsmateriaal bijeen te zoeken en maakt professioneel en met veel zorg, schuimplastic en plakband handzame pakketten. Veel sneller en beter dan ik het zelf zou hebben gekund. De prijsberekening gaat per gram en ik mag meekijken in het tabellenboek. Zelfs de schijn van bedrog wordt voorkomen. De zon schijnt volop in Yangshuo (YS). Het is 22 graden. Niets doet denken aan de kou van nog maar een paar dagen geleden. Er is veel volk op straat. Men gaat kleurig gekleed. De tieners in glimmende gympakken en sportschoenen. Ouderen toch ook meer dan in vorige jaren met die soort zijden pyamajasjes, die bij ons voor hotelpersoneel zijn gereserveerd. Alleen de allerarmsten dragen nog de zwarte, grijze of blauwe, gewatteerde Mao-pakken.

Voor het eerst de regenjas en de plu thuisgelaten. Er ligt 30-50 cm sneeuw in de noordelijke provincies: in Nederland ! Meldt Trouw.

In mijn flat tref ik een handvol schilders aan. Privacy is een onbekend begrip in China. Frustrerend dat alles wordt opgeknapt nu ik wegga. Zal ik YS missen? Wel de leerlingen, die aan en om mijn nek willen worden gefotografeerd, nu ze horen dat het de laatste les is. Ook Odar, de schrijnwerker, Xiu taitai, dr Mo en zelfs Besta Plice zal ik missen. De laatste heeft nog een mooie opdracht geschreven in een bij haar gekocht fotoboek: "You have a high taste, and more knowledge man". Hoor je het ook 's van

een vreemde.

Odar en ZP brengen me morgen naar Guilin airport. Broeder Hans zou zeggen: "Tot zover is alles weer goed gegaan."

 

als je niet te moe bent terug naar domein